
In het begin van de twaalfde eeuw teisterde een vreselijke stormvloed de kustlijn van de Noordzee. Landinwaarts werd een brede kreek gevormd tot in de onmiddellijke omgeving van Brugge. Zo ontstond het Zwin als een onomkeerbare gebeurtenis, die aan de streek welvaart maar ook neergang zou brengen.
Vanzelfsprekend was Brugge, steeds op zoek naar een betere verbinding met de open zee, geïnteresseerde partij. De stad bouwde aan het einde van de geul een dwarsdam en creëerde aldus gunstige omstandigheden voor het ontstaan van een vissersdorpje, 'Damme avant la lettre'.
Graaf Filips van de Elzas schatte de troeven van de snel groeiende nederzetting juist in en verleende ze in 1180 stadsrechten als voorhaven van Brugge. Om de toekomst veilig te stellen werd een kanaal gegraven van Brugge naar Damme.
In een snel tempo ging de ontwikkeling verder en het stadje werd internationaal bekend als dynamische overslaghaven met meer dan driehonderd soorten goederen. De stapelrechten op wijn uit de Bordeauxstreek en haring uit Zweden maakten de inwoners steenrijk.
Kort na 1200 was Damme zo belangrijk geworden dat de Franse koning Filips August er met zijn volledige vloot van 1700 schepen kon aanleggen.
Nog voor de eerste tekenen van recessie zich aandienden, werd aan de rijkdom van de stad gestalte gegeven in een aantal prestigieuze gebouwen: de Onze-Lieve-Vrouwekerk, het Sint-Janshospitaal en in 1468 het nieuwe stadhuis in Brabantse gotiek.
Het absolute hoogtepunt van dat jaar was het huwelijk op 3 juli van Karel de Stoute met Margareta van York in huize Sint-Jan. De hertog van Bourgondië liet zijn uitverkorene met een Engelse vloot via Sluis naar Damme komen. Na de huwelijksceremonie vertrok het 'jonge paar' te paard naar Brugge, waar een week gefeest werd, zoals nooit eerder was gezien. De festiviteiten werden besloten met een groot toernooi, waarvan de winnaar een gouden boompje kreeg.
Om de vijf jaar herinnert de praalstoet van de Gouden Boom door de straten van Brugge aan het grafelijk huwelijk dat ingezegend werd te Damme. Het koninklijk paar siert daar de voorgevel van het stadhuis. Zij staan uiterst rechts in een rij van zes beelden. Op de rechterhoek ziet u de beruchte klappeistenen, die in de middeleeuwen rond de hals van kwatongen of klappeien werden gehangen. Dan moesten zij de zware lasten meezeulen tot in de kerk waar hun roddelzonden vergeven werden door een uitvoerige biecht.
Met de verzanding van de zwingeul begon de definitieve neergang van de stad. Damme ontvolkte tot een gewoon polderdorpje, zij het met de status van 'stad met authentieke rechten'. In september 1944 werd hier verschrikkelijk gevochten in de slag om 't Molentje.
Nu is de stad een druk toeristisch oord langs de 'Damse Vaart', sinds 1997 boekendorp, en alom bekend voor zijn twee beroemdste inwoners, Tijl Uilenspiegel en Jacob van Maerlant.
Het was keizer Napoleon zelf die Spaanse krijgsgevangenen inzette om in de verzande zwinbedding een kanaal te graven van Brugge naar de Schelde, dwars door het centrum van Damme. Het project maakte deel uit van een groots plan om Duinkerken met Antwerpen te verbinden en zodoende de Engelsen en hun continentale blokkade een hak te zetten. Tegenwoordig is de Damse Vaart een geliefd oord voor vissers, wandelaars en fietsers en als het 's winters hard en lang genoeg vriest ook voor schaatsers.
Op uw wandeling door Damme ziet u overal het roodwitte wapenschild met de bekende hazewindachtige hond. Luidde de oorspronkelijke naam van de stad niet 'Hondesdamme'? Vele eeuwen geleden ontstonden geregeld bressen in de dijk die Damme tegen het zeewater moest beschermen. De verontruste inwoners gaven de schuld aan een zwarte hazewind die al enige tijd in de omgeving gesignaleerd was. Het dier werd gedood en in een bres begraven. Sindsdien is nooit meer sprake geweest van dijkbreuken.