
Dijon is ontstaan uit de Romeinse nederzetting Castellum Divio. In de 5e eeuw werd er een klooster gebouwd met de naam van de heilige Benigne. In de 6e eeuw was Dijon een pelgrimsoord naar het graf van St. Benigne. In de daarna volgende eeuwen groeide de nederzetting langzaam. Het bleef een eenvoudig stadje dat vele keren geplunderd en verwoest werd.

Maar in 1015 kocht hertog Robert I de stad van de bisschop van Langres en vestigde er zijn zetel. Dijon wordt de residentie van de Bourgondische hertogen en dan begint de stad steeds belangrijker te worden. Een grote brand legt de stad in 1137 nog wel in de as, maar Hertog Hugo II pakt de wederopbouw voortvarend aan en lijft zelfs de buiten de muren liggende abdij Saint-Benigne bij de stad in.

In 1364 komt de zoon van Jan II de Goede aan het bewind. Hij is dan 14 jaar. Zijn naam Philips de Stoute (Philippe de Valois). Met hem begint de Bourgondische Gouden Eeuw. Philips is de eerste van de vier Grote Hertogen (Les Grands Ducs). Hij trouwt met Margaretha van Vlaanderen in 1369 en wordt de belangrijkste vorst van die tijd. In 1384 komt hij in het bezit van haar erfenis die o.a. bestaat uit de Franche-Comte en Vlaanderen.

Nog rijker wordt hij na de dood van Karel V wanneer hij het regentschap verkrijgt, samen met de hertog van Anjou, over het Franse koninkrijk.
Hij laat een prachtig paleis bouwen en in het Karthuizer klooster (La Chatreuse de Champol) worden schitterende grafmonumenten gebouwd voor hem en nakomelingen door de beroemde Claus Sluter. U kunt ze nog bewonderen in het Musée des Beaux Arts.
Wanneer Philips in 1404 overlijdt heeft een en ander wel tot gevolg dat de schatkist leeg is en de kinderen maar moeten zien hoe zij de begrafenis zullen betalen.