...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De Bourgondische periode van Brugge

Tijdens het roemrijke bewind van de Bourgondische hertogen, dat in 1369 werd ingezet met het huwelijk tussen Margaretha van Male en Filips de Stoute, kondigden zich, paradoxaal genoeg, de eerste tekenen van verval aan.

Als verbinding met de open zee werd het Zwin steeds minder betrouwbaar. De schepen vonden alsmaar moeizamer een doorgang. Voor de leiders van de handelsmetropool en een kransje intimi oogde de toekomst zorgelijk.

Toch was de Bourgondische periode voor Brugge een hoogtij van culturele bloei. De rijkdom en de zucht naar luxe en verfijning zorgden voor een ideaal klimaat. Alleen de republiek Venetië kon in welvaart wedijveren met het Bourgondische hof.

De schilderkunst bereikte in die tijd een absoluut hoogtepunt, vooral toen Jan van Eyck zich te Brugge vestigde. Hij en zijn broer waren boegbeelden van de 'Vlaamse primitieven', schilders op het kruispunt van de late gotiek en de vroeg renaissance, die de olieverftechniek volmaakt beheersten. Maar ook Hans Memling, Gerard David, Hugo van der Goes, Dirk Bouts of Rogier van der Weyden waren begenadigde schilders met een bijzondere affiniteit voor ruimte, licht, kleur en realiteit. Hun vakmanschap en techniek komen tot uiting in een verbazende perfectie.

De aanwezigheid van de grootfinanciers werkte als een magneet op de toeloop van kunstenaars. Op iedereen trouwens die op zoek was naar een betere levenskwaliteit oefende het Brugse model een grote aantrekkingskracht uit.