
De legende vertelt, dat op een stormachtige nacht op wonderlijke wijze een marmeren sarcofaag aan de kust van Rovinj aanspoelde.
De hele dag probeerden de verbaasde bewoners van Rovinj tevergeefs deze sarcofaag aan land te trekken. Ondanks alle moeite en gebruik van ossen- en paardenwagens bleef de sarcofaag onwrikbaar liggen. Tot een kleine jongen een 'goddelijke' stem hoorde die zei: 'Ik ben Euphemia uit Chalzedon, een bloedverwant van Jezus Christus'. Zij zou in 304, onder het bewind van Diocletianus, in Chalzedon voor de leeuwen zijn gegooid. Deze stem gaf hem de opdracht de sarcofaag met behulp van twee zwakke koeien uit de zee te trekken.
Sindsdien rust de sarcofaag met het gebeente van de heilige in de voor haar gebouwde kerk en werd de Heilige Euphemia het symbool en de beschermheilige van de stad.