
Hubertus werd omstreeks 650 geboren als zoon van de hertog van Aquitanië. Luxueus opgevoed was hij een wat lichtzinnige edelman, vooral uit op werelds plezier en bandeloos vertier.
Aan het hertogelijk hof werd de passie van het jagen hem met de paplepel ingegeven. Toen hij tijdens een jachtpartij op Goede Vrijdag een reusachtig hert achtervolgde, verscheen er een stralend kruis tussen het gewei van het dier. Het maande de pronkerige edelman tot een vromer leven en te streven naar volmaaktheid.
Nadat zijn vrouw gestorven was, kwam Hubertus sterk onder de invloed van Lambertus, de bisschop van Luik.
Zoals gebruikelijk was in die tijd trad hij in het klooster. Voor de kersverse monnik zouden de gebeurtenissen elkaar nu snel opvolgen, want in 705 werd Lambertus vermoord en paus Sergius stelde Hubertus aan als diens opvolger.
Zo kwam hij te Luik, een beetje tegen zijn zin, aan het hoofd van een reusachtig bisdom.
De nieuwe bisschop was onvermoeibaar en verrichtte vele wonderen, waaronder het genezen van een man die bezeten was van hondsdolheid. Hij stierf in 727 en nadat zijn lichaam was overgebracht naar de abdij van Andage, groeide Saint-Hubert uit tot een druk bedevaartsoord. Bij zijn heiligverklaring in 743 werd hij officieel de patroon van de jagers, de jachthoornblazers, de beenhouwers en de koperslagers.
Het eerste weekend van september vinden in Saint-Hubert de internationale dagen van de jacht en de natuur plaats met als hoogtepunt de vermaarde, historische stoet.
Op 3 november komen jachtgenootschappen van heinde en verre op bedevaart naar het stadje en zoals op vele andere plaatsen in den lande wordt het Hubertusbrood er gewijd en door mens en huisdier gegeten als voorzorg tegen hondsdolheid en slangenbeten.