
Veel heeft deze stad naast zijn souvenir- en andere winkeltjes niet te bieden, behalve één ding, namelijk de oude kathedraal, de kerk van Maria Hemelvaart (Kimissis tis Theotokari). Ze ligt wat hoger dan de rest van de stad en werd in de 7e eeuw gebouwd op de plaats van een Apollotempel. Talloze puinresten uit de klassieke tijd werden ervoor gebruikt.
In de 12e eeuw werd die kerk vervangen door een nieuwe en het was keizer Manuel Comnenos zelf die ze liet bouwen. De kerk is gebouwd in basiliekstijl, dus zonder koepel met twee zijbeuken en een zadeldak. De kerk bestaat uit vier gedeelten: buitennartex, nartex, schip en heiligdom. De totale lengte is 30 meter en de breedte 13 meter.
Zo is deze kerk weer één van de weinige gave monumenten uit de Byzantijnse tijd. U treft er nog schilderingen aan uit die eeuw naast andere uit de 16e eeuw. Verder is het ciborium of altaarbaldakijn nog ouder dan de kerk (11e eeuw), evengoed als de mozaïekvloer met pauwenstaart (een Byzantijns symbool) onder het altaar. Bijzonder zijn ook de ambo (preekstoel), de bisschopstroon en de uit hout gesneden deuren. In de kerk vindt u fresco's en iconen uit de 13e en 14e eeuw. In de ingang van de kerk is ook een voorstelling van de wederkomst van Christus en het lijden der martelaren. Buiten in de kerkmuur zijn weer Romeinse puinresten ingemetseld. Eén daarvan is een reliëf, dat een Thracische ruiter voorstelt. Maar de eenvoudige dorpsbewoners, hoe christelijk ook, zagen daarin toch wel Charon; u weet wel, de veerman van de oude Grieken.
De kerk wordt momenteel niet meer gebruikt omdat er een nieuwe metropolis is.