
Achtergrond informatie
Deze provinciehoofdstad ligt in de vlakte van de Po-delta.
De Renaissance liet haar sporen na in deze stad, bijvoorbeeld in de planmatige aanleg waardoor Ferrara wel eens de eerste moderne stad van Europa wordt genoemd.
Ruim 300 jaar (13e - 16e eeuw) werd zij bestuurd door de adellijke familie d'Este en groeide zij uit tot één van de belangrijkste kunststeden van Noord-Italië. Rond 1600 kwam Ferrara bij de Pauselijke Staten en verloor het veel van zijn betekenis op politiek en cultureel gebied.De geschiedenis van de stad gaat terug tot in de 8e eeuw, toen het de residentie van de Longobardische koningen was.
Nadat Ferrara aan Karel de Grote en later aan de pausen toeviel, werd Ferrara in de 13e eeuw een vrije stad.
Door de gunstige ligging van de stad, op het kruispunt van de waterweg tussen de Adriatische Zee en de Povlakte en de handelsweg tussen Romagna en Noord-Italië, was de stad twistpunt geworden tussen keizerrijk en kerk. In de machtsstrijd binnen de stad eindigde de familie d' Este, gesteund door de Venetianen, als overwinnaar. In 1264 nam Obizzo II het stadsbestuur over.
Met de vestiging van een universiteit aan het eind van de 14e eeuw, ging de stad een periode van grote bloei tegemoet. Ze werd een belangrijk centrum van humanisme en kunst.
De familie d' Este zou, ondanks talloze familiedrama's, tot 1598 de stad blijven besturen en van prachtige gebouwen voorzien. De brede straten, het kasteel en de prachtige Renaissancepaleizen getuigen daar nog van.
Ferrara telde in de 15e en 16e eeuw ook een grote joodse gemeenschap wat in 1624 leidde tot het ontstaan van een joods getto, waarvan de vijf poorten elke dag van zonsondergang tot zonsopgang werden gesloten. De poorten werden pas in 1839 afgebroken.