...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De abdij van Pomposa mooi voorbeeld van Romaanse bouwkunst

In het hart van de Podelta, tussen het hertogelijk jachtgebied Mesola en het natuurpark Mezzano ligt de eeuwenoude benedictijnenabdij van Pomposa.
De huidige abdij bestaat uit de kerk, toren en resten van het klooster en gerechtsgebouw.
In de Middeleeuwen was het niet alleen een van de rijkste en machtigste abdijen van Italië, maar ook machtig in spiritueel opzicht.

De abdij, opgericht in de zesde en zevende eeuw, was gelegen op een eiland in een gezonde bosrijke omgeving. Het lag ingesloten tussen de zee en twee aftakkingen van de Po.
De vroegst geschreven geschiedenis stamt uit 874 en heeft betrekking op een conflict tussen de bisschop van Ravenna en de pauselijke bezittingen.
De abdij was een cultuur-, arbeids- en gebedscentrum van de Benedictijnen, die de regel 'ora et labora' letterlijk toepasten, want zij waren het die de zompige moerassen drooglegden. Aanvankelijk viel de abdij onder het bisdom Ravenna maar werd later onafhankelijk. Daarna kwam het meer en meer onder invloed van de paus en keizer, met het gevolg uitbreiding van zowel kerkelijke als wereldlijke macht.
Muzieknoten
Vele beroemde personen verbleven tussen de muren van Pomposa en een ervan was Guido d'Arezzo.
De monnik Guido was een muzikaal genie, die het moderne notenschrift heeft uitgevonden. Voor de benoeming van de noten Ut-Re-Mi-Fa-Sol-La nam hij de eerste lettergrepen in het Latijn van verzen uit de eerste strofe van de bijbelse 'Lofzang van Johannes'. Later werd Ut vervangen door Do, de eerste lettergreep van de achternaam van Giovanni Battista Doni (1594-1647).
Overstroming en malaria
In de 12e eeuw beleefde het de grootst mogelijke ramp, de dambreuk van de rivier de Po. Het hele gebied kwam onder water te staan inclusief de abdij. Vele eeuwen noeste arbeid ging daarmee verloren.
Met het uitbreken van een malaria-epidemie begon het verval. Noodgedwongen moesten zij die overbleven hun toevlucht zoeken in Ferrara, waar zij met behulp van de Familie d'Este een nieuw Benedictijner klooster oprichtten. In Pomposa bleven slechts enkele monniken achter.
Verval
Toen de laatste monniken in 1654 vertrokken, werd het onderdeel van de parochie Comacchio. Het verval zette zich voort toen in 1802, tijdens de Franse overheersing, het complex en de grond in handen kwam van de graaf Guicciole uit Ravenna. Pas in 1912 nam de Italiaanse regering de restauratie ter hand en daarmee de wederopbouw van de abdij.
Van de oude abdij zijn de kerk, klokkentoren, een deel van het klooster en gerechtsgebouw bewaard gebleven en te bezichtigen.