
Rond 1000 stichtten de Benedictijnen de eerste abdij in Follina.
In 1170 deed Sophie di Camino de Cisterciënzer monniken, een orde die ook de regels van Benedictus volgt, een zeer ruime schenking, waarmee de huidige abdij (1268), alsmede de gotisch-Romaanse kerk (1335) gebouwd kan worden.
De abdij heeft zeer roerige tijden doorgemaakt. In 1448 moesten de monniken de abdij van de Venetiaanse regering verlaten. In 1573 werd de abdij opnieuw in gebruik genomen door de Kamaldulenzen, een kluizenaarstak van de Benedictijnen.
In 1771 hief de Venetiaanse republiek de kloostergemeenschap op.
Pas in 1820 mochten er weer priesters in de abdij gaan wonen. In 1915 werd het weer een echt klooster, toen de orde van Servi di Maria er zich vestigde.
In 1921 vond een grote restauratie plaats. De kerk is mooi door zijn eenvoud. Op het hoofdaltaar staat een Maria met kind, dat waarschijnlijk uit de 5e eeuw stamt.
Tijdens de restauratie is een fresco van de Heilige Thomas van Aquino ontdekt, dat waarschijnlijk uit de 14e eeuw stamt.
De abdij bezit 2 fraaie kloosterhoven, de grote is Romaans, de kleine, in 1535 gebouwd, is in renaissancestijl.
Het loont de moeite een kijkje te nemen in het straatje aan de voorzijde van de kerk om zijn eeuwenoude huizen.