...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Salvador Dalí, geboren in Figueras

Salvador Dalí is in deze stad geboren en had het schilderen in zijn bloed. Al op 12-jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste tekenlessen. In de eerste periode onderging hij veel invloed van verschillende stijlen, onder andere van het impressionisme en de Spaanse schilderkunst van de 19e eeuw.

Karakteristiek voor zijn werk is de gladde lazuurtechniek, waarmee hij in staat was tot gedetailleerd illusionisme. Dit leerde hij op de Academie in Madrid, waar hij in 1921 naar toe was gegaan. Uit die periode stamt zijn vriendschap met de Spaanse schrijver Frederico García Lorca, de filmregisseur Luís Buñuel en een groep anarchisten.

In 1926 werd hij van de Academie weggestuurd wegens opruiing van de studenten. Hierna ging hij naar Parijs, waar hij onder andere Picasso en André Breton, de leider van de surrealistische beweging, ontmoette.

Waarschijnlijk maakte hij in 1928 zijn eerste surrealistische schilderij, getiteld 'Honing is zoeter dan bloed'.

Door bemiddeling van de schilderbeeldhouwer Joan Miró werd hij lid van de surrealistische groep. Dalí werkte samen met Luís Buñuel bij het maken van 2 surrealistische films: 'Een Andalusische hond' (1929) en 'Het gouden tijdperk' (1931). De premières van deze films in Parijs waren de oorzaak van een groot schandaal.

Het surrealisme is in eerste instantie een nieuwe wereldbeschouwing. Volgens André Breton: 'Surrealisme is puur psychisch-automatisch... een denkbevel buiten iedere controle van het verstand. Surrealisme berust op het geloof in een hogere werkelijkheid van bepaalde, tot nu toe verwaarloosde vormen van gedachteverbindingen, in de almachtigheid van de droom, in het belangeloze spel van het denken'. Bij de inspiratie speelt de kunstenaar een passieve rol zonder actieve controle door verstand, moraal, ethiek. Die overwegingen zijn strijdig met de inspiratie. De stijl toont een fantastisch, magisch of mythisch realisme.

Voor Dalí was van doorslaggevend belang voor dit doorgronden van het onderbewuste de invloed van de psychoanalyse van Sigmund Freud, die hij in 1938 persoonlijk leerde kennen. De absurde en bizarre combinaties van voorwerpen op zijn schilderijen moeten wij daarom opvatten als symbolen van het onderbewuste en de handeling van het schilderen zèlf is te vergelijken met dromen.

Bekende schilderijen zijn 'Versmeltende tijd', dat in het Museum of Modern Art in New York hangt en 'Brandende giraf', dat in het Kunstmuseum te Basel te zien is.

Dalí is beïnvloed door andere surrealisten, maar ook door oudere schilders als b.v. Rafaël en Vermeer. Wezenlijke elementen van zijn kunst zijn het provoceren en shockeren van zijn publiek. Zijn gedrag was daarmee in overeenstemming en dat heeft tot gevolg gehad, dat hij uit 'de surrealistische beweging' werd geschrapt. Al vóór de Tweede Wereldoorlog stemde hij zijn kunst steeds meer af op commercieel succes. Hij illustreerde ook boeken en maakte decors. Hij had een uitgesproken neiging om zichzelf op de voorgrond te plaatsen en die gebruikte hij vaak om een opvallend en vooral excentriek kunstenaarsimago op te bouwen en vooral om er commercieel en populair succes mee te bereiken.