Nin ligt op een eiland in een ondiepe lagune. Het 'koninklijke' stadje Nin was een van de belangrijkste nederzettingen van de Liburniërs tot de komst van de Romeinen. Het is een belangrijke archeologische vindplaats van Romeinse overblijfselen zoals grafheuvels, een forum, een amfitheater, stadsmuren, een aquaduct en een tempel gewijd aan de godin van de jacht en vruchtbaarheid, Diana. De stad werd een 'municipium', een stad met Romeins burgerrecht en zelfbestuur en heette 'Aenona'. Toen het in de 7e eeuw door Slaven en Avaren verwoest werd, betekende dat voor de Kroaten een nieuw begin. De kerstening van de Kroaten begon vanuit Nin. De machthebbers beschouwden Nin als religieus centrum en daarmee kreeg het een bisschopszetel en werd het de eerste kroningsstad en tevens de oudste residentie van de Kroatische koningen. Twee totale verwoestingen vonden plaats in 1571 en 1646 waarna de bevolking het stadje compleet verliet.
Nu heeft het ongeveer 1700 inwoners en is het een geliefd vakantieoord vanwege zijn historisch erfgoed, mooie zandstranden en men kan er thermostherapeutische kuurbaden (Peoloid) nemen in het warme zeewater van de lagune.