
Roskilde ligt aan het einde van het Roskildefjord. Vanuit middeleeuws perspectief is dat een ideale locatie omdat deze plek uitzonderlijk goed te verdedigen valt tegen aanvallen vanaf de zee.
Voor de vikingkoning Harald Blauwtand was dat waarschijnlijk de belangrijkste reden om zich hier in 960 na Chr. te vestigen. Het onbeduidende vissersdorpje zou daardoor in een recordtempo uitgroeien tot één van de belangrijkste steden van Denemarken.
Behalve de koning zouden echter ook de bisschoppen hier veel invloed krijgen. Bisschop Absolon wist Kopenhagen en later zelfs heel Sjaelland toe te voegen aan het bisdom Roskilde. De stad werd daardoor het middelpunt van het katholicisme, dat toen in Denemarken zeer snel aan invloed won. Dezelfde bisschop begon met de bouw van de Dom die nu als het beroemdste gebouw van Roskilde geldt.
In de 15e eeuw kwam er echter een einde aan de bloeitijd van Roskilde. Koning Erik van Pommeren verplaatste zijn hof in 1445 naar Kopenhagen om de sterke invloed van de bisschoppen te ontvluchten. Ongeveer een halve eeuw later ging de bisschopszetel eveneens naar Kopenhagen, zodat er voor Roskilde weinig overbleef. De bloeiende kerkelijke cultuur van de stad kreeg bovendien een gevoelige klap tijdens de Reformatie toen de zes kloosters van Roskilde hun poorten moesten sluiten en de twaalf kerken veel gelovigen kwijtraakten.
Het dieptepunt volgde in de 17e en 18e eeuw toen een pestepidemie en een aantal stadsbranden van Roskilde zo ongeveer een spookstad maakten. Bronnen uit 1753 vermelden nog slechts 1500 inwoners.