...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Abdij Maria Laach

De abdij Maria Laach biedt een fraai voorbeeld van de robuuste Romaanse bouwstijl die in Europa in de 11e en 12e eeuw een hoogtepunt beleefde. Het klooster is daarmee typisch een product van zijn tijd, een tijd waarin het benedictijner kloosterleven een sterke bloeiperiode doormaakte. In de Middeleeuwse malaise van honger en oorlog hadden de benedictijner kloosters zich opgeworpen als een baken van orde en beschaving. Onder leiding van het Franse moederklooster Cluny verenigden ze zich zelfs tot een multinationale organisatie en konden daardoor een vuist maken tegen de grillen en nukken van de plaatselijke heersers. Maria Laach was in Duitsland één van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze kloosterbeweging.
Het initiatief voor de bouw van het klooster kwam van de vrome Hendrik II van Luxemburg-Salm. Kort nadat de eerste steen in 1095 gelegd was stierf hij echter en werd de bouw op een laag pitje gezet. In 1156 kon de inwijding van kerk en klooster echter alsnog plaatsvinden. Met de komst van de Gotiek en de Barok zou ook het aanzicht van de gebouwen worden 'verrijkt' met allerhande tierelantijnen. Gelukkig waagden de bouwmeesters het niet om aan het grondplan van de constructie te komen. Bij de restauratie konden alle toevoegingen dan ook weer gevoeglijk worden verwijderd, zodat Maria Laach er in grote lijnen weer net zo uitziet als in de late Middeleeuwen.
De Benedictijnen woonden er tot 1802 toen de kloosters op bevel van de Franse Republiek hun poorten moesten sluiten. In 1862 vestigden de Jezuïeten zich in het gebouw. Maar in 1892, het Rijnland maakte toen inmiddels deel uit van het verenigde Duitsland, keerden de benedictijnen er weer terug.

De voorhal van het gebouw staat bekend als 'het paradijs'. Veel van de beeldhouwwerken zijn hier gemaakt door een anonieme kunstenaar die onder meer verantwoordelijk wordt geacht voor de afbeelding van Samson. Vandaar dat hij ook wel wordt aangeduid als de 'Meester van de Samson'. Deze kunstenaar is waarschijnlijk ook de maker van de klassieke voorstelling aan de linkerkant van de hal, waar een duiveltje de zonden noteert die hij bij de mens heeft waargenomen.
In de kerk zelf vinden we onder meer het graf van Hendrik II, de stichter van Maria Laach die hier uiteindelijk toch nog zijn laatste rustplaats heeft gevonden. Verder zijn de 16e-eeuwse fresco's interessant en het 13e-eeuwse baldakijn waaronder het hoofdaltaar staat. Een Nederlandse monnik, Radbouw Commandeur, is verantwoordelijk voor de versiering van de pilaren in het middenschip en voor de leeuwenfontein die buiten staat.

Het meer aan de oevers waarvan Maria Laach zich bevindt is het grootste Maar, oftewel kratermeer, in de Eiffel. Het ontstond zo'n 11.000 jaar geleden als gevolg van een enorme explosie van gassen die zich onder het aardoppervlak hadden opgehoopt. Vulkanische as en puin werden daarbij tot ver over de Rijn weggeslingerd. Oorspronkelijk werd het klooster aan de rand van het water gebouwd. Bij twee verschillende gelegenheden heeft men het waterpeil echter kunstmatig laten zakken zodat het nu wat verder van de waterkant verwijderd is.