
Van 1525 tot 1809 deed dit stadje dienst als residentie van de Duitse Orde en hield daar een aantal prachtige gebouwen aan over, zoals de Domkerk St. Johannes en het slot. De Duitse Orde is naast de Tempeliers en de Johannieters de belangrijkste geestelijke ridderorde uit de late Middeleeuwen. Geestelijke ridderorden ontstonden in de elfde en twaalfde eeuw. Dat was het tijdperk van de kruistochten waarbij deze monniksoldaten bijzonder geschikt werden geacht om de moslims het Heilige Land uit te werken.
Hoewel de Duitse Orde in die regio werd opgericht (in het huidige Akko, 1189), verlegde de orde zijn werkgebied al snel naar oost Europa waar de ridders het huidige Polen en het oostelijk deel van Duitsland hielpen bekeren en koloniseren. Dat legde de orde geen windeieren, zoals u hier in Bad Mergentheim goed kunt zien. Toch was de orde al over zijn hoogtepunt heen toen hij in Bad Mergentheim neerstreek. De verhuizing naar het zuiden was hen feitelijk door de reformatie opgedrongen, wat de afbrokkeling van hun macht goed illustreerde. Niettemin bleef de Duitse Orde, in tegenstelling tot de Tempeliers en de Johannieters, tot op de dag van vandaag voortbestaan.
In het slot, waar vroeger de top van de ridders verbleef, is nu een museum over de Duitse Orde en een streekmuseum ondergebracht. Bad Mergentheim is tegenwoordig ook een bekend kuuroord dankzij de in 1826 ontdekte geneeskrachtige bronnen.