...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Berlijn tot de Tweede Wereldoorlog

In de 19e eeuw maakte de stad een dramatische groei door. Na een oorlog met Frankrijk, 1870-'71, kwam Elzas-Lotharingen bij Duitsland en werd in Versailles het Duitse keizerrijk uitgeroepen. Berlijn werd de hoofdstad van het Duitse Rijk. Voor Berlijn en Duitsland brak een gouden tijd aan. Dankzij Franse herstelbetalingen van vijf miljard francs werd de infrastructuur flink aangepakt: wegen, spoorlijnen, elektriciteits- en gasnet werden uitgebreid. Duizenden trokken van het platteland naar de stad om werk te zoeken in de zich ontwikkelende industrie. Hoge huurkazernes werden uit de grond gestampt om de meer dan 800.000 mensen te kunnen huisvesten, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. De sociale onrust groeide in deze wijken. De Sociaal-democratische Partij (SPD) was in 1912 de grootste partij in de Rijksdag.
Het culturele leven in Berlijn bloeide intussen als nooit tevoren. Geen stad kende zoveel theaters. Keizer Wilhelm II, de laatste Duitse keizer, had uitgesproken ideeën over de nationale en internationale politiek. Hij wilde eigenlijk het liefst zelf regeren, zonder rekening te houden met een ministerraad of parlement. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog riep hij vanaf het balkon van het Berlijnse Slot: 'Ik ken geen partijen meer, ik ken alleen nog Duitsers'. Het verloop van deze oorlog was voor Duitsland negatief. Revolutie in Rusland, muiterij op de Duitse vloot, protesten in Berlijn. Op 8 november 1918 werd de republiek uitgeroepen. Keizer Wilhelm vluchtte naar Nederland en kreeg hier asiel. Op 28 november deed hij in Amerongen formeel afstand van de troon.
De periode 1918-1933 staat bekend als de Weimarrepubliek. Berlijn groeide gestaag. Mede door samenvoeging van een aantal gemeenten tot Groot-Berlijn groeide het aantal inwoners tot 3,8 miljoen. Economisch was het na de Eerste Wereldoorlog aanvankelijk een chaos. In de twintiger jaren werd dit beter, maar de beurskrach van 1929 had, net als overal, voor Duitsland rampzalige gevolgen, met als gevolg een groeiende aanhang van de NSDAP van Adolf Hitler, die op 30 januari 1933 werd benoemd tot Rijkskanselier. Hij bouwde systematisch een wapenindustrie op, waardoor werkloosheid verdween.