De kerkvaders begonnen onder meer tol te eisen van de schepen die de drie rivieren passeerden. Dat legde hen geen windeieren, zeker niet toen de zouthandel in de buurt van Salzburg sterk tot ontwikkeling kwam en het zout grotendeels via Passau werd afgevoerd.
Ruim duizend jaar wisten de bisschoppen hun comfortabele machtspositie te behouden. In die tijd verrezen er in Passau tal van bouwwerken die getuigden van grote kerkelijke rijkdom. Nog altijd staat de stad vol met uitbundige kerkgebouwen met blinkende koepels en paleizen waar ooit de bisschoppen hun residentie hadden. De meeste gebouwen dateren van vóór 1803 toen de kerkelijke autoriteiten in een secularisatiegolf vrijwel al hun bezittingen kwijtraakten.