Gelegen op een berg boven het Maindal is Banz het ideale beeld van een benedictijner abdij. Architectuur en landschap verenigen zich hier als een eenheid en geven hierdoor de benedictijner eerbied voor schepping en vormgeving goed weer.
Op de Banzberg bouwden de graven van Schweinfurt hun burcht. In 1057 erfde Alberada na de dood van haar vader Otto deze burcht en de daarbij behorende goederen. Alberada en haar echtgenoot, Hermann von Habsberg und Sulzbach, stichtten in hun 'Burcht zu Banz' een benedictijner klooster.
Volgens de legende was de aanleiding hiertoe de dood van hun zoon, die tijdens een winterse eendenjacht door het ijs zakte en verdronk.
Algemeen wordt aangenomen dat het klooster in het jaar 1071 is gesticht. Na de dood van haar man, droeg Alberade de kloosterburcht over aan het convent. Tot haar dood in 1081 leidde zij verder een teruggetrokken leven.
Religie, kunst en wetenschap komen tot bloei, maar de hang naar macht leidt tot verval.
Er is een doorlopende strijd om eigendomsrechten en andere privileges tussen de plaatselijke adel en de geestelijke heerschappij.
In 1114 ziet bisschop Otto van Bamberg zich genoodzaakt de kloosterburcht te bezetten. Hij sticht op de verwoeste resten een nieuw klooster en vernieuwt de kloosterkerk van de heilige Petrus en Dionysius. Hiermee is de bisschop Otto von Bamberg de tweede stichter van het klooster Banz. Het klooster komt weer tot bloei en de macht neemt weer toe.
Zo'n 28 dorpen in de omgeving van Banz behoren onder andere tot het bezit van het klooster.
Wanneer de abt Heinrich III in 1483 de leiding overneemt treft hij een troosteloos klooster aan. De sterke hand van de bisschop is nodig om de kloostertucht weer te herstellen. Zijn opvolger, Johann III, beleeft al in zijn eerste jaar (1505) een ware ramp; tijdens een stormachtige nacht vernietigt een brand in slechts enkele uren het hele klooster.
Omdat de kloostergemeenschap er financieel slecht voorstond en vele schulden had, waren er geen middelen om de schade te herstellen. Jarenlang bleef het een ruïne, alleen de Michaelskapel werd gebrekkig herbouwd voor de godsdienstoefeningen.
Nog geen twintig jaar later treft een andere ramp het klooster: de Boerenoorlog. In Coburg had de leer van Luther reeds veel aanhang gekregen.
Om het klooster voor plunderaars uit de omgeving te beschermen bereidden de abt en monniken zich op het ergste voor. Maar zij kunnen niet verhinderen dat een van haat vervulde mensen massa de poorten openbreekt en aan het plunderen en vernielen slaat.
Pas onder de leiding van abt Alexander von Rotenhan (1529-1554) bloeit Banz weer op. Er ontstaat een nieuwe abdij, de bibliotheek wordt weer een schatkamer van de wetenschap en het onderwijs staat hoog aangeschreven.
In 1550 worden ook niet-adellijke leerlingen tot de kloosterschool toegelaten.
Wanneer Alexander von Rotenhan sterft is er weer een turbulente tijd aangebroken. Na alweer een brand worden de overgebleven bezittingen tegen spotprijzen verkocht. Daarbij eist ook de Pest in 1562/63 en 1573/76 zijn tol.
Onder de behoedzame leiding van abt Johannes Burkhard herrijst Banz weer. Er worden nieuwe kloostergebouwen en een prachtige kerk gebouwd. Zijn opvolger, abt Thomas Bach, is een verstandige en zeer geliefde 'Vader der abdij'. Maar helaas wordt dit gebied wederom door twisten tussen katholieken en protestanten geteisterd. Abt Thomas Bach beveiligt het klooster en helpt de mensen in de omgeving waar hij maar kan, tot de grote 30-jarige oorlog hem dit onmogelijk maakt. Doormarcherende troepen moorden, plunderen en laten een volledig verwoest klooster achter.
Otto de la Bourde, een uit een Spaanse familie stammende edelman geboren in Coburg, slaagt er in de abdij weer te laten opleven. In 1664 wordt hij tot abt benoemd en hij wordt als de grondlegger van de barokke bloei van Banz beschouwd. Het tij is gekeerd.
Na de Contrareformatie wil men de bittere oorlogsjaren vergeten. Een nieuwe periode breekt aan, het tijdperk van de barok.
De uit Beieren afkomstige gebroeders Dinzenhofer (ook wel Dientzenhofer) behoren tot de eerste generatie grote Duitse barok bouwmeesters. Zij ontwikkelden hun stijl tijdens studiereizen naar Rome en Praag.
Vele indrukwekkende bouwwerken in Fulda, Bamberg en Praag zijn van hun hand. Leonard Dinzenhof wordt als architect in Banz aangesteld en onder invloed van zijn ideeën ontstaat er een schitterend complex.
Als Leonard Dinzenhofer in 1707 vrij plotseling sterft (slechts 47 jaar oud) zijn de door hem geplande laatste bouwwerken in ruwe vorm al bijna voltooid. Er volgt een korte onderbreking in de bouw tot zijn jongste broer, de even begaafde Johan Dinzenhofer (inmiddels bouwmeester aan het hof van Bamberg) de bouw voltooit. De abdijkerk is de kroon op zijn werk. In 1719 wordt deze kerk feestelijk ingewijd. Banz behoort hiermee tot de belangrijkste barokke bouwwerken in het Frankenland.
Banz was weer een belangrijk wetenschappelijk en cultureel centrum. De monniken van Banz stonden bekend om hun opzienbarende geleerdheid ook met het oog op wereldse zaken.
Aan dit alles kwam een einde toen de laatste abt van Banz, Gallus Dennerlein, op 24 oktober 1803 gedwongen was het klooster aan de wereldlijke macht over te dragen. Een jaar daarvoor werden vele kostbaarheden, waaronder het kerkzilver, door de keurvorst geconfisqueerd. Daarna verdrongen vele kopers zich om de overgebleven kostbaarheden zoals een muntenverzameling, een uit 1450 boeken en geschriften bestaande bibliotheek en andere kunstschatten tegen dumpprijzen te kopen.
Het klooster complex wordt voor afbraak en verval behoed als hertog Wilhelm, familie van het Beierse koningshuis, de nieuwe eigenaar wordt. Het klooster verandert in een prachtig slot.
De hertogelijke familie ontvangt in Banz vele hoge gasten. Aan de feestelijke jachtpartijen nemen de adel van Beieren en Pruisen deel, de tsarina van Rusland is op doorreis enige tijd in het slot Banz te gast.
Als hertog Wilhelm in 1937 sterft komt er ook een einde aan de glorieuze slotperiode. Er vinden af en toe nog wel eens jachtpartijen plaats, maar verder slaapt het slot Banz in.
Met de tijdelijk bewoning van Trapisten (1920-1925) uit de Elzas ontwaakt het kloosterleven, maar dit is van korte duur omdat zij zich elders vestigen.
Daarna, tussen 1933 en 1943, is Banz het centrum van missionarissen die zich o.l.v. bisschop Franz Xaver Geyer richten op de zielzorg buiten Duitsland.
In 1984 wordt men zich weer bewust van de belangrijke benedictijnse cultuur en heeft de Hanns-Seidel-stichting er voor gezorgd dat dit cultuurgoed voor de mensheid is bewaard. De abdijkerk behoort tot de parochie en is nog steeds een geestelijk middelpunt.