Het slot is gebouwd in opdracht van de aartskanselier van het rijk, vorstbisschop Franz von Schönborn.
Tussen 1711 en 1718 werkten drie architecten aan de realisatie van het plan, waaraan de bouwheer zelf zijn figuurlijke steentje had bijgedragen.
De architecten waren: J. Dientzenhofer, M. von Welsch uit Mainz en J.L. von Hildebrandt uit Wenen.
Het waterslot zou eerst in de plaats zelf worden gebouwd, maar daartoe zouden zoveel compromissen ten aanzien van het plan moeten worden gesloten, dat de heer von Schönborn besloot om het kasteel dan maar te bouwen in het vrije veld, oostelijk van het dorp.
Het representatieve slot, dat nog steeds in bezit is van de familie Schönborn, heeft een hoofdvleugel met een uitspringend middenstuk, dat geflankeerd wordt door twee zijvleugels. Deze opstelling heeft tot gevolg, dat er een rechthoekige voorhof ontstaan is. Daar tegenover zijn de stallen in een ronde vorm opgezet.
Het hart van het bouwwerk is een groots trappenhuis, dat de opdrachtgever waarschijnlijk zelf heeft ontworpen. Het is een dubbele trap, die ons in drie kwartslagen naar de eerste verdieping brengt. De enorme ruimte wordt omsloten door twee open galerijen.
Het plafond erboven is vlakgewelfd en het werd opgehangen aan de dakstoel.
J.R. Byss beschilderde het met een perspectivische voorstelling van 4 werelddelen en de goden van de Olympus (1718). In dit trappenhuis werden de voorname gasten ontvangen.
Achter het trappenhuis bevindt zich op de begane grond de ovale 'grottenzaal' met een laag gewelf dat versierd is met schelpen, mineralen, spiegels en stucwerk.
Er is een fontein met beeldengroepen en er hangen blinkende kaarsenluchters. Aan de wand tussen zaal en trappenhuis zien wij de familieportretten.
De plafondschilderingen stellen de dageraad (Aurora) voor en de wandschilderingen de vier deugden: gerechtigheid, vlijt, kracht en wijsheid.
Het spiegelkabinet heeft exotische ornamenten en er zijn voorstellingen van Indianen en Turken. Deze figuren omlijsten het Chinese porselein dat de bouwheer met scheepsladingen tegelijk naar Europa liet komen.
De tafel staat feestelijk gedekt in de eetzaal (alleen maar om ernaar te kijken). Hier zien wij iets van het hoofse tafelceremonieel uit de 18e eeuw.
Er is een met marmer versierd staatsievertrek, de Marmorsaal, waar de zuilen vrij staan vóór de wanden en wij zien er enorme, zittende figuren op zware sokkels. Aan de korte zijden een schouw. De bibliotheek is niet te bezichtigen.
Wel zien wij de beroemde schilderijencollectie in vertrekken en gangen. Er zijn o.a. werken van Rubens, Rembrandt, Titiaan, Breughel, Cranach en Dürer.
De slotkapel in het kasteel gaat alleen open tijdens kerkdiensten.
De stallen (Marstall) tegenover het slot zijn pas gerestaureerd.