...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Trier, de oudste stad van Duitsland

Aan de hoofdmarkt van Trier vinden we een groot rood huis dat het opschrift draagt: 'Ante Romam Trviris stetit annis mille trecentis. Perstet et aeterna pace fruatur.' Dit betekent: 'Voordat Rome gesticht werd bestond Trier al dertienhonderd jaar. Moge het blijven bestaan en van eeuwige vrede genieten'. Volgens deze bewering, afkomstig van een 12e-eeuwse monnik uit Trier, zou de stad omstreeks 2000 voor Christus zijn gesticht door Trebete, een zoon van de Assyrische koning Ninus.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat het waarheidsgehalte van dit stichtingsverhaal waarschijnlijk niet zo heel erg hoog is. Dat neemt niet weg dat Trier wel degelijk de oudste stad van Duitsland heet te zijn. En ook is de vergelijking met Rome veelbetekenend, want geen enkele plaats ten noorden van de Alpen heeft zoveel overblijfselen uit de Romeinse tijd als deze stad aan de Moezel. Dat is deels verklaarbaar en deels geluk. Verklaarbaar omdat Trier in de Romeinse tijd een zeer belangrijke plaats was. Geluk omdat Trier in de 20e eeuw minder te lijden heeft gehad onder het oorlogsgeweld dan de meeste andere Duitse steden.

De Romeinse periode van Trier begon in 16 voor Christus. Het Rijnland was in de jaren ervoor door de Romeinen veroverd tijdens de Gallische oorlog. Zoals immer hadden de veroveraars een scherp oog voor strategische plaatsen. In dit geval vestigden ze hun lokale hoofdstad op een plek waar de Moezel doorwaadbaar was en een aantal belangrijke wegen elkaar kruisten. De bestaande stad kreeg vanaf die datum de naam Augusta Treverorum, een naam die op zijn beurt weer was afgeleid van de lokale Keltische stam der Treveri.
Trier werd een kruispunt van Romeinse wegen, een handelsplaats maar ook een doorvoerstation voor de Romeinse legers die verantwoordelijk waren voor de grensbewaking aan de Rijnoevers. De stad kreeg alle karakteristieke Romeinse bouwwerken: amfitheaters, stadspoorten, badhuizen, erebogen en villa's voor de bestuurders.
De glorietijd van Trier moeten we zoeken in de nadagen van het Romeinse Rijk. In het begin van de vierde eeuw werd het Romeinse Rijk verdeeld in vier gedeelten waarbij het westelijk deel voortaan vanuit de 'keizerstad' Trier bestuurd werd. Van 306 tot 312 zwaaide Constantijn de Grote hier de scepter. Deze belangrijke historische figuur zou het Romeinse Rijk weer onder één bestuur brengen en maakte door zijn bekering het christendom van een onbeduidende sekte tot volksgodsdienst nummer 1.
Aan het einde van de vierde eeuw was het gedaan met de Romeinse bloeitijd van Trier. Net als de rest van het Romeinse rijk werd de stad geplunderd door Germaanse stammen. De meeste inwoners vluchtten naar het platteland.

Ook in de Middeleeuwen zou Trier een bestuurlijke en culturele rol blijven spelen, zij het op een veel lager niveau dan in de Romeinse tijd. Pas toen in de 10e eeuw de bisschoppen hun macht sterk gingen uitbreiden beleefde ook Trier als bisschopszetel een nieuwe bloeiperiode. Uit die tijd dateren de Dom en de Liebfrauenkirche. Deze periode van welvaart duurde ook weer verschillende eeuwen en het huidige aanzien van de stad wordt voor een groot deel bepaald door de bouwkunst uit die tijd. Trier wordt dan ook wel een subliem voorbeeld van een middeleeuwse stad genoemd. Maar ondanks deze visuele overvloed kan het middeleeuwse Trier niet tippen aan het Romeinse Trier.
Ter illustratie: omstreeks 1200 was Trier geografisch gezien ongeveer half zo groot als omstreeks 300. In de Middeleeuwen telde de stad ongeveer 10.000 inwoners. In de Romeinse tijd waren dat er ruim 70.000, bijna net zoveel als tegenwoordig…
De bisschoppenperiode leidde onder meer tot de Reformatie die in de 17e eeuw met de bloedige dertigjarige oorlog een voorlopige streep zette onder de geschiedenis van Duitsland als staatkundige eenheid. Trier kwam vanaf dat moment in de luwte van de geschiedenis terecht. Weliswaar had de stad onder Napoleon (begin 19e eeuw) de functie van districtshoofdstad, maar die functie betekende niet zoveel voor de ontwikkeling van de stad als geheel. Belangrijker was dat de Industriële Revolutie grotendeels aan Trier voorbijging waardoor de stad enerzijds in ontwikkeling achterbleef, maar anderzijds zijn sfeervolle uitstraling wist te behouden.