De Frauenkirche was tot 1722 een gotische kerk. Ze was toen behoorlijk bouwvallig geworden en onder leiding van architect Georg Bähr werd ze volledig verbouwd in barokstijl. De kerk werd 95 meter hoog en kreeg een reusachtige stenen koepel met een diameter van ruim 23 meter. In deze kerk was plaats voor 3600 mensen. Aan het interieur van de kerk hebben grote kunstenaars meegewerkt. Het orgel werd gebouwd door de beroemde orgelbouwer Gottfried Silbermann en werd in 1736 ingewijd door Johann Sebastian Bach.
Deze prachtige kerk stortte op 15 februari 1945, een dag na de verwoesting van de binnenstad van Dresden in elkaar.
Op 13 februari 1990, precies 45 jaar na de verwoesting van Dresden en enkele maanden na de hereniging van DDR en BRD werd de actiegroep Wiederaufbau Dresdner Frauenkirche opgericht. Hieruit groeide met steun van talloze belangrijke figuren uit binnen- en buitenland een initiatiefgroep, die de Frauenkirche in haar oude luister wilde herstellen. Er werd en wordt enorm veel geld ingezameld, want de opbouw gaat ongeveer 250 miljoen mark kosten. Op 4 januari 1993 is men begonnen het materiaal van de ruïne zorgvuldig te sorteren, want men wil al het bestaande materiaal bij de opbouw opnieuw gebruiken. Inmiddels is het cryptegedeelte van de kerk klaar en van deze ruimte wordt door allerlei culturele instellingen veelvuldig gebruik gemaakt. In het jaar 2005 moet de kerk klaar zijn.
Ondanks de enorme kosten wordt de heropbouw van de Frauenkirche door heel veel mensen begroet. Men beschouwt de opbouw van de Frauenkirche als symbool van het herstelde Dresden maar ook als symbool van de Duitse eenheid.
Toen in 1697 August der Starke katholiek werd, moest er ook een katholieke Hofkirche komen. Na een bouwperiode van bijna 20 jaar kon de Hofkirche in 1755 ingewijd worden. Opmerkelijk is, dat in deze kerk de mogelijkheid geschapen werd om processies te houden, want in het protestante Dresden waren katholieke processies op straat verboden.
Aan het interieur van de kerk werkten grote kunstenaars uit die tijd mee. Pronkstukken zijn de rococopreekstoel van Balthasar Permoser, de door Menge geschilderde voorstelling van de Hemelvaart van Christus aan het hoogaltaar en het orgel van Gottfried Silbermann.
Na het bombardement van 1945 werd de kerk weer geleidelijk opgebouwd. In 1980 werd de Hofkirche door Rome tot kathedraal van het bisdom Dresden/Meissen verheven.
In de grafkelder onder de kerk zijn vele leden van het Saksische koningshuis begraven. Ook het hart van August der Starke bevindt zich hier.