
In 1988 besloot president Mitterrand een nieuwe bibliotheek te bouwen, die de oude in de Rue de Richelieu moest ontlasten. De bouw betekende het laatste 'faraonische' bouwwerk van Mitterand.
Mitterand besteedde meer dan 4,5 miljard euro aan grote bouwwerken in Parijs, zoals de Bastille, Grande Arche, Piramide Louvre, Très Grand Louvre en de bibliotheek. Het nieuwe gebouw van de architect Dominique Perrault beslaat een terrein van 7,5 hectare aan de Seine en is met een voetgangersbrug verbonden met het park van Bercy op de andere oever. Het geheel symboliseert open boeken.
De plannen voor het gebouw waren zo immens, dat de Parijse bevolking al vlug sprak van de T.G.B.: de Très Grande Bibliothèque.
De bibliotheek is, na die van het Amerikaanse Congres, de grootste van de wereld. Spoedig drong ook bij de bouwers het besef door dat de plannen financieel niet haalbaar waren. Er werd hier en daar gesnoeid, maar wat overbleef is nog altijd zeer indrukwekkend.
Eén van de tuinen is even groot als die van het Palais Royal: 12.000 m² en vol met bomen uit Normandië. Rond de tuin bevinden zich leeszalen die begrensd worden door vier torens van 80 meter hoog, die voorzien zijn van houten luiken om de boeken te beschermen.
Er zijn twee onderverdelingen: 'haut-de-jardin' en de 'rez-de-jardin'.
Elke
afdeling is onderverdeeld in een audiovisueel departement en vier thematische departementen: wetenschap, literatuur, filosofie & geschiedenis, recht & economie & politiek.
De 'haut-de-jardin' is toegankelijk voor het publiek, biedt 1.600 plaatsen en zo'n 300.000 boeken die men vrij kan raadplegen.
Bovendien zijn er tijdelijke en permanente tentoonstellingen.
De 'rez-de-jardin' is voorbehouden voor onderzoekers. Op termijn is hier een collectie van 400.000 volumes beschikbaar. De nationale bibliotheek bezit circa 10 miljoen boeken, jaarlijks komen er 90.000 bij. In totaal zijn er 395 kilometer aan rekken. Men kan van afstand een plaats of werken reserveren of gedigitaliseerde werken oproepen.