
Een badplaats aan de baai van Quiberon. Niet de aan het strand liggende figuren maakten de plaats beroemd, maar wel de rechtopstaande menhirs. Ten noorden van Carnac staan lange rijen van deze raadselachtige monumenten. Bibliotheken zijn er over volgeschreven en tal van verhalen doen de ronde, maar men weet er eigenlijk maar weinig van. Wel is wetenschappelijk vastgesteld dat deze megalieten zo'n 4000 jaar voor onze jaartelling werden opgericht.

De menhirs staan met duizenden in lange rijen (alignements) of in een cirkel (cromlech). Bovendien vinden we hier en daar een dolmen (hunebed) of een tumulus (grafheuvel). Het geheel is eigenlijk één groot openluchtmuseum.

In Carnac is een zeer interessant prehistorisch museum, Musée Miln-le-Rouzic, met vondsten uit de omgeving: wapens, vazen, sieraden. In chronologische volgorde wordt het leven van de Bretonse mens geschetst vanaf de prehistorische tijd.

De kerk van Carnac, de St. Cornély, is gewijd aan de 3e eeuwse paus. Hij wordt vereerd als beschermer van gehoornd vee. Tegen de gevel van de kerk staat de heilige afgebeeld tussen twee ossen.