...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De abdij van Cluny


Cluny is nu maar een klein plaatsje met circa 5000 inwoners. Het is bijna niet te geloven dat hier eens het centrum van een geestelijke macht, bijna net zo belangrijk als Rome, was gevestigd.
Hier stond eens de grootste christelijk Romaanse kerk. Gedurende 3 eeuwen was dit centrum een geestelijke inspiratie en raadgevende bron voor vele gelovigen, waaronder zeer belangrijke koningen.
Nu is het stadje met zijn historische, maar dikwijls ernstig beschadigde gebouwen, nog steeds een bezoek waard.
De abdij
In 910 verzocht hertog Willem van Aquitanie aan abbé Bernon om een klooster te stichten als boetedoening voor zijn zonden. Hij bezat een stuk grond met daarop een oude gallisch-romeinse villa en wat hutten waarin boeren woonden. De landerijen gebruikte hij voor de jacht. In een akte, gedateerd 11 september 910, werd de volledige onafhankelijkheid van het klooster ten opzichte van iedere heer en kerkelijke autoriteit, met uitzondering van de paus, vastgelegd. De monniken zouden de leer van St. Benedictus volgen.

De bouw vorderde langzaam, omdat er weinig financiën ter beschikking waren. Maar toch was de eerste kapel Cluny I in 927 klaar. Daarnaast waren er voor de kloostergemeenschap nog wat eenvoudige gebouwen.

Na de dood van Bernon volgden gedurende 2 eeuwen een aantal belangrijke abten hem op, zoals Odon, Aymard, Mayeul, Odilon, St. Hugo en Pierre de Eerbiedwaardige. Allen kwamen uit rijke families, zodat zij veel bijdroegen aan de rijkdom van het klooster en daarmee verbonden: de onafhankelijkheid. In 981 zegende abt Mayeul de tweede kerk Cluny II in. Deze heeft bestaan tot de 18e eeuw.

Door zijn organisatie, intellectuele en artistieke uitstraling werd Cluny het middelpunt van een groot aantal abdijen en priorijen. Inmiddels telde de gemeenschap ten tijde van abt Mayeul al circa 200 monniken.


In 1049 wordt St. Hugo van Semur de zesde abt van Cluny en bereikt de orde haar hoogtepunt. Een groot aantal onafhankelijke abdijen is inmiddels verbonden met Cluny. Meer dan 200 kloosters en 10.000 monniken maken dan deel uit van Cluny. In 1088 begint St. Hugo dan met de bouw van de Grote Kerk Cluny III. Deze bouw vergt circa 50 jaar. In 1130 bezoekt Paus Gregorius VII de abdij van de Benedictijner monniken.

In de 15e eeuw komt de abdij onder bescherming van de Franse koning, die zelf de abten benoemt. De onafhankelijkheid verdwijnt dus en dit is het begin van de neergang. Ook breken er godsdienstoorlogen uit. De kloosterbevolking neemt snel af. Toch herbouwt Dom Dathose in 1750 een groot gedeelte van het klooster. De kruisgang en de kloosterlijke gebouwen zijn nu nog te zien. De oude kerk Cluny II en het marmeren klooster uit de 10e eeuw worden afgebroken.

In 1789 breekt de Franse revolutie uit. De weinige monniken die nog in Cluny verblijven verdwijnen nu. De unieke bibliotheek wordt geplunderd en kostbare banden verdwijnen in de haarden van de omwonende dorpelingen. Een handelaar uit Macon koopt de kerk en sloopt hem. Een gedeelte van het huidige stadje Cluny is gebouwd van het puin van de kerk.

Het is triest dat vele prachtige gebouwen niet voor het nageslacht bewaard zijn gebleven. Gelukkig is niet alles afgebroken.

De zuidelijke arm van de grote dwarsbeuk van de Grote kerk is niet afgebroken. De kerk zelf was ongeveer 10 keer zo groot als deze dwarsbeuk. U heeft nu enigszins een idee van de afmetingen van de kerk. De dwarsbeuk werd gebouwd in 1100. Het koor was al in 1095 ingewijd. De bouw van de 5 hoofdbeuken en de westelijke voorgevel werd in 1135 beëindigd. Gelukkig zijn er vele tekeningen, een maquette en diverse restanten bewaard gebleven.

De Grote Kerk moest tussen de 600 en 1000 monniken, die de abdij bewoonden, kunnen ontvangen. De lengte was 187m (de St. Pieter in Rome 192m). De hoogte was 30m. Van de 7 klokkentorens is alleen nog l'Eau Benite (gezegend water) over en nog 2 fundamenten van andere klokkentorens. De l'Eau Benite is achthoekig en bestaat uit 3 verdiepingen. Het gedeelte boven het transept is uit de 12e eeuw en de torenspits uit de 15e eeuw.