...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De abdijkerk Saint Philibert in Tournus


Al aan het begin van onze jaartelling is hier een Gallische nederzetting. In de 1e eeuw na Chr. noemt het versterkte stadje zich 'Castrum trenorchium'. Circa 180 na Chr. komt een man afkomstig uit Klein-Azië hier het evangelie verkondigen. Zijn naam is Valerianus. Hij wordt gevangen genomen en onthoofd. Op zijn graf bouwt men later een heiligdom.

Aan het einde van de 4e eeuw ontstaat op deze plaats een kloostergemeenschap. In het jaar 875 komt hier een aantal monniken van het eiland Noirmoutier uit de streek Normandië. Ze zijn gevlucht voor de noormannen en hebben relikwieën bij zich van de heilige Philibertus die in hun klooster is gestorven. Het is de tijd van Karel de Kale en deze staat hen toe zich te vestigen in de Saint Valerianusabdij.

Het stadje ontvangt nu vele bedevaartgangers en groeit snel. In 937 moeten de monniken opnieuw vluchten omdat ditmaal de Hongaren het land binnenvallen en het klooster in brand steken. In 949 is echter alles weer rustig en onder leiding van hun abt Etienne keren de monniken terug.


Er wordt nu begonnen met de bouw van de abdijkerk Saint Philibert. De bouw duurt tot het einde van de 12e eeuw. Men gebruikt roze en donkergele stenen uit een steengroeve uit de buurt. De linkertoren is prachtig bewerkt, helaas is de rechtertoren nooit voltooid. Tussen de twee torens is een balkon met kantelen. Het lijkt wel het front van een kasteel.

U kunt de kerk binnen via het zijdeurtje rechts naast de hoofdingang en komt allereerst in de nartex of voorhal. Het is er vrij donker. U ziet vier ronde pijlers en een 14e-eeuws fresco op de linkerachtermuur voorstellende de kruisiging. Op de grond opvallende ronde grafzerken, kenmerkend voor deze streek. De nartex is tevens de onderbouw voor de Chapelle St. Michel. Deze is te bereiken via een trap in een hoektorentje.

Als u de kerk binnenstapt wordt u omspoeld door het licht. De kerk lijkt enorm hoog. U ziet de pilaren gemaakt van de roze natuursteen. De kerk ontvangt zijn licht door hoge vensters. Deze vensters en de toepassing van lichte kleuren, maken dat de kerk zo groot lijkt.

Transept en koor zijn gemaakt van witte stenen. Deze zijn uit de 11e eeuw. Schip en nartex zijn van een vroegere datum. Het smalle koor volgt de vormen van de crypte die daaronder ligt. De middenkapel is gewijd aan de heilige Valerianus. In de apsiskapel bevindt zich de schrijn van St. Philibertus. In de rechter kapel een 14e-eeuws fresco van Maria en Christus.

Bij de wenteltrap van de Sint Michelskapel is de chauffoir waar de monniken zich verwarmden. Via deze trap komen we in het gedeelte boven de nartex. Beneden rechts naast de trap is een doorgang. We komen in een gedeelte van het vroegere kloosterhof. Aan de oostkant bevindt zich de kapittelzaal. Deze is na een brand in 1237 herbouwd. In het westen bevindt zich de 12e-eeuwse wijnkelder. In het zuiden is een tentoonstellingszaal, de vroegere refter. Nu is hier de bibliotheek en een kunstatelier.