Dat Aix niet altijd zo maar een provinciestad is geweest, hebben de opgravingen van het Oppidum d'Entremont in de loop der jaren aangetoond.
Als men nagaat welke gebouwen op deze plek juist ten noorden van Aix moeten hebben gestaan, is deze Kelto-Ligurische nederzetting een voor die dagen (4e eeuw voor Christus) moderne stad geweest.
Voor zijn bewoners begonnen de problemen toen de Griekse Marseillanen de hulp van de Romeinen inriepen uit angst voor de vijandige houding van de Kelto-Liguriërs.
Consul Sextius slaagde er in het jaar 123 v.Chr. in Entremont te veroveren. Om de regio in de gaten te kunnen houden, richtte hij niet ver van Entremont een legerplaats in. Deze werd vanwege zijn ligging bij de thermale bronnen Aqua Sextia genoemd: het begin van het huidige Aix.
Ruim twintig jaar later werd de plaats aangevallen door Teutonen en Kimbren, die op hun zwerftocht vanuit Jutland via Italië Zuid-Frankrijk aandeden. Aan de voet van de Mont Ste Victoire behaalde de Romeinen een grote overwinning op de Germaanse stam. Er werden 100.000 doden en evenzoveel gevangenen geteld.
De slag betekende het einde van de jarenlange omzwervingen van de Teutonen.
De naam van de Romeinse veldheer Marius is sinds deze belangwekkende historische gebeurtenis in dit deel van de Provence tot op de dag van vandaag populair.
Vanaf de 12e eeuw waren de grafelijke hoven in Aix de culturele centra van de Provence.
De stad kwam tot bloei ten tijde van graaf René van Anjou, die dankzij zijn populariteit 'Le Bon Roi René' werd genoemd.
Hoewel Aix later qua ontwikkeling steeds verder in de schaduw van Marseille kwam staan, bleef de stad van belang als bestuurlijk, educatief en administratief centrum.
Beroemde bewoners, die de stad in latere eeuwen kenden, zijn o.a. de belangrijke staatsman van de Franse Revolutie, te weten Mirabeau, de componist Darius Milhaud en de schilders Cézanne en Van Loo.