Het bekendste bouwwerk van Amiens is de kathedraal 'Notre Dame d'Amiens'.
Aan de hevige rivaliteit tussen de diverse Franse steden bij het bouwen van het grootste religieuze bouwwerk, deed ook Amiens mee. De wede, een in de Somme-streek voorkomende plant waarmee men lakenstoffen in allerlei tinten blauw kon verven, had voor een grote rijkdom in de stad en de streek gezorgd.
Nieuwe bouwtechnieken, ervaring opgedaan bij andere projecten en een snelle bouw, maken dat deze enorme kathedraal gekenmerkt wordt door een hoge mate van homogeniteit qua stijl, een hoogtepunt van gotiek.
De bouw startte in 1220 en eindigde in 1288. In de jaren tussen 1290 en 1533 wordt de kathedraal uitgebreid en krijgt hij de vorm, zoals deze nu nog is.
De spits van de kathedraal is de oudste houten torenspits in Frankrijk. Hij is bedekt met bladlood, 112 meter hoog en 56 meter uitstekend boven de nok van het dak.
Uiteraard zijn de vele beeldhouwwerken in de gevel in de loop van de eeuwen, vooral de laatste eeuw, danig vervuild. Met behulp van laserstralen werden die beelden gereinigd. Bijzonder daarbij is, dat de kleuren, die men bij de bouw gebruikte, behouden blijven.
De buitenkant is bijzonder mooi, maar het interieur mag helemaal duizelingwekkend genoemd worden. Het middenschip is 14,60 meter breed en 54 meter lang en inderdaad duizelingwekkend hoog (ruim 50 meter). De hoge, slanke ramen zorgen voor een uitzonderlijke lichtinval.
Het koor is voorzien van 110 eikenhouten koorstoelen, en daarin zijn 4000 figuren uitgesneden, die een rol speelden in de tijd dat de stoelen werden gemaakt. De koorstoelen, stuk voor stuk juweeltjes, zijn gemaakt tussen 1508 en 1522.