
De hoofdstad van het departement Deux Sèvres telt nu circa 65.000 inwoners, die voor een groot deel de kost verdienen in het verzekeringswezen, want Niort telt veel hoofdkantoren van Franse verzekeringsmaatschappijen.
De stad ligt aan de oostkant van de Marais Poitevin, waar vroeger een doorwaadbare plaats in de Sèvre Niortaise te vinden was. De stad is gesticht door de Romeinen, die haar Noiordum noemden. Vanaf de derde eeuw was het een belangrijke marktplaats op de route van het Loiregebied naar Aquitanië. Het kreeg al vroeg zware vestingmuren, waardoor het als een van de weinige West-Europese steden de aanvallen van de Noormannen heeft weten te weerstaan.
Door het huwelijk van Eleonora van Aquitanië met Hendrik II van Plantagenet werd de stad Engels bezit. De Plantagenets bouwden er de donjon en de Eglise Notre Dame.
Tijdens de 100-jarige oorlog wisselde de stad enkele keren van eigendom, tot in 1369 de stad definitief in Franse handen kwam. Tijdens de periode van de Hugenoten was de bevolking bijna geheel calvinistisch, maar na de herroeping van het Edict van Nantes viel de stad ver terug door de vlucht van zeer veel Hugenoten.
Tot na de Tweede Wereldoorlog speelde de stad een bescheiden rol o.a. door de leerindustrie. Sindsdien brengen naast de elektrotechnische industrie vooral de verzekeringen leven in de brouwerij.