Een van de oudste kerken is de Saint Seurin, waar men bij opgravingen sporen van een heel oude christelijke begraafplaats heeft aangetroffen.
Deze kerk, met sarcofagen uit de Gallo-Romeinse periode, is samen met andere kerken in Bordeaux opgenomen in de lijst van 'werelderfgoed' als zijnde onderdeel van de Franse pelgrimswegen naar Santiago de Compostela.
De Porte de la Grosse Cloche, de klokkentoren van het oude stadhuis en stadspoort.
De bewoners van Bordeaux zijn erg gehecht aan deze klok, waarmee men vroeger de wijnoogst inluidde. Als de koning Bordeaux wilde straffen, liet hij de klok tijdelijk verwijderen en stonden de druiven op de wijngaarden te rotten.
Dit 13e eeuwse gebouw is een van de weinige niet-kerkelijke middeleeuwse monumenten van de stad en is gebouwd op de fundamenten van de vroegere Porte St. Éloy. Deze Porte St. Éloy was tot in de 15e eeuw het bolwerk van het stadhuis.
De Porte Cailhau of Porte du Palais is mogelijk genoemd naar een vroeger zeer invloedrijke familie Cailhau, maar ook mogelijk genoemd naar de calloux, de kiezelstenen, die de Gironde hier vroeger afzette en die werden gebruikt als ballast voor de schepen. Deze boog is eveneens eind 15e eeuw gebouwd om de overwinning te vieren van Karel VIII. Dit bouwwerk diende als stadspoort en als triomfboog.
In de toren is een tentoonstelling ingericht over de historie van Bordeaux.
De Basilique Saint Michel, gebouwd in de bloeiperiode van de 14e eeuw en uiteindelijk afgebouwd in een flamboyant gotische stijl, kreeg er in de 15e eeuw een toren bij, genaamd 'La Flèche' (de Pijl), omdat hij zo hoog en spits de lucht in steekt. Het is inderdaad met zijn 114,60m de hoogste kerktoren in Zuid-Frankrijk. Men kan de toren beklimmen tot 47m, en dan van een prachtig uitzicht genieten over de stad.
De Place de la Bourse, vroeger Place Royale geheten, waar we de grandeur van het 18e eeuwse Bordeaux kunnen bekijken. Het ruiterstandbeeld van Louis XV werd in de Revolutie omvergetrokken, en later vervangen door de fontein met de Drie Gratiën. De daken en de gevels van de gebouwen rondom het plein staan op de monumentenlijst.
Palais Rohan, de voormalige bisschopswoning, met rijk gedecoreerde ontvangstzalen, nu in gebruik als stadhuis.
De Cathédrale St. André bergt de sporen van de geschiedenis als een gebeeldhouwd boek in zich. Natuurlijk zien we ook hier in verwondering op naar de toren, die los van de kerk omhoog rijst. Het is de Tour Pey-Berland, waarin een klok hangt met een gewicht van ruim 11 ton (de 4e grote klok van Frankrijk).
Het Grand Théatre, overblijfsel van de bloeiperiode in de 18e eeuw. Het is een opmerkelijk gebouw, Grieks aandoend met de talloze zuilen en beelden en galerijen.
De Place de la Bourse is aangelegd tussen 1730 en 1755. Het vormt een mooi architectonisch geheel mede door de symmetrische gevels langs de kaden. Aan de noordkant staat het beursgebouw; in het zuiden Hôtel des Fermes, waar vroeger de pacht werd geïnd. Nu heet het Hôtel des Douanes en het herbergt het douanemuseum. De statige gevels en de grote verscheidenheid aan decoraties maken dit plein tot een schoolvoorbeeld van Lodewijk X architectuur: arcaden op de benedenverdieping en daarboven twee etages, waarvan de vensters prachtig zijn versierd met maskerkoppen en smeedijzeren balkons. Op de plaats van de Fontaine des Trois-Grâces stond tot 1792 een ruiterstandbeeld van Lodewijk XV.