
De schepenen van Parijs willen als eerbetoon aan Louis XV een plein laten aanleggen rond het ruiterstandbeeld van Louis XV. Dit standbeeld was omgeven door een afbeelding van de 4 deugden. Op een morgen hing er rond het standbeeld een bordje met de tekst: 'De Deugden gaan te voet, de Zonde zit te paard'.
De architect Gabriel wint de wedstrijd en mag het tachtig hectare (84.000 m²) grote achthoekige plein aanleggen op een drassig stuk land buiten de stad, wat zal duren van 1755 tot 1775.
Oorspronkelijk was het plein omgeven door grachten. Het valt op dat dit een zeer open plein is, in tegenstelling tot de andere koningspleinen die omgeven zijn door gebouwen.
In 1770 wordt hier het vuurwerk afgeschoten ter gelegenheid van het huwelijk van de kroonprins (de latere Louis XVI) met Marie-Antoinette. Er breekt echter paniek uit en 133 personen worden verpletterd.
Bij de ingang links: een plaat die herinnert aan de opstijging, op 1 december 1783, van de eerste met gas gevulde ballon.
In 1792 wordt het standbeeld van Louis XIV door de revolutionairen verwijderd en de plaats wordt omgedoopt tot de Place de la Révolution. De guillotine (ook wel het 'nationale scheermes' genoemd) krijgt er een vaste plaats: eerst op de plaats waar nu het monument voor de stad Brest staat en daarna haar definitieve plaats aan het hek van de Jardin des Tuileries.
Rond het schavot zaten naar verluidt breiende vrouwen die enkel ophielden om te juichen als er weer een hoofd viel.
In 1793 wordt Louis XVI er terechtgesteld ('Mijn volk, ik sterf onschuldig'): hij was een van de 1343 mensen die er werden onthoofd. Verder o.a. Marie-Antoinette, Danton ('Beul, toon mijn hoofd aan het volk, het is de moeite waard!') en Robespierre.
De hoofden werden op het hek van de Tuilerieën gezet.
In 1795 vallen de laatste slachtoffers en het nieuwe regime, het Directoire, geeft de plaats opnieuw een andere naam: de Place de la Concorde, wat de hervonden eenheid van de Franse natie moet symboliseren.
In 1833 wordt de obelisk geplaatst omdat de koning een versiering wilde waar niemand aanstoot aan kon nemen.
In 1866 werd het plein voor de eerste keer elektrisch verlicht.