...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Geschiedenis van het paleis van Versailles, ten westen van Parijs

In 1624 had Louis XIII, een groot liefhebber van de jacht, een jachtslot laten aanleggen op een heuvel in het dorp Versailles.

In 1661 kwam de jonge Louis XIV aan de macht en de koning was jaloers op de schitterende kastelen van zijn ministers.
Hij gaf daarom de architecten Le Vau, Le Nôtre en Le Brun opdracht om het jachtslot van zijn vader te moderniseren. Dit zeer tegen de zin van zijn minister Colbert, die erop aandrong het Louvre uit te breiden en te behouden als koninklijke residentie.

Le Vau had opdracht gekregen het oorspronkelijke slot intact te laten. Er omheen bouwde hij een ander bouwwerk. Na de dood van Le Vau in 1670 nam Hardouin-Mansart de zaak over en liet de twee grote zijvleugels bouwen (1678-1708). De rest van het gebouw dateert uit de latere periode.
Le Brun verzorgde met een legertje schilders, beeldhouwers en stoffeerders de afwerking van het interieur.
Le Nôtre was verantwoordelijk voor de aanleg van de tuinen. Het kanaal werd gegraven in de hoofdas; het kanaal waar de koning zijn vele pleziervaartuigen zou gebruiken.
Iedereen werkte onder de strenge controle van Louis XIV zelf, die de plannen nakeek en verbeterde, aanpassingen suggereerde en veelvuldig ter plaatse inspecteerde.

Alhoewel het hof het paleis betrok in 1682, bleef het gebied in totaal gedurende 50 jaar een bouwwerf en zou Louis XIV slechts in 1710, op 72-jarige leeftijd de definitieve kapel betreden. Louis XIV stierf in Versailles in 1715.

De bouwkosten stegen van 5 miljoen pond in 1669 tot bijna 88 miljoen pond in 1690.
Op bepaalde momenten waren er 36.000 arbeiders en 6000 paarden aan het werk.