
Op deze plaats overleed Saint Denis, nadat hij in Parijs was onthoofd, en werd hij begraven door een vrome vrouw.
Daarnaast stichtte men een abdij op de plek, die een waar bedevaartsoord wordt. De legende luidde anders: Reeds in de Romeinse tijd was er een gehucht, Catolacus genaamd, en Saint Denis zou er, na zijn marteldood in Parijs, stiekem begraven zijn.
In 475 bouwde men de eerste grote kerk die Dagobert I in 630 liet renoveren om dienst te doen als benedictijnenklooster. Na renovaties onder Pepijn de Korte kreeg de kerk haar uiteindelijke vorm door Suger in de 12e eeuw en Pierre de Montreuil in de 13e eeuw.
Sinds de 6e eeuw werd het grootste deel van de Franse koningen (van Dagobert tot Louis XVIII) in de basilisk begraven. In 1793 besloot men om de graven te vernietigen. Men gooide de lijken in massagraven. Alexandre Lenoir slaagt er echter in om de mooiste grafmonumenten te bewaren door de graven over te brengen naar het 'Musée des Monuments Français'.
In 1816 zorgde Louis XVIII er voor dat men de grafmonumenten terug in de kerk plaatste. In de kerk vindt men de graven van koningen, koninginnen, koningskinderen en de graven van enkele beroemde dienaars van het hof.
Sinds de Revolutie waren de graven echter leeg. Vanaf de 14e eeuw nam men bij de balseming van het lichaam hart en ingewanden weg, die elk een apart monument kregen. Het lichaam bleef in Saint-Denis. Tot de Renaissance maakte men alleen liggende grafmonumenten, de 'gisants'.Rond 1260 liet Saint Louis een portret maken van zijn voorgangers. De afbeelding was puur symbolisch, maar gaf een zeer goed beeld van hoe men koninklijke personages voorstelde in het midden van de dertiende eeuw. Vanaf het midden van de 14e eeuw lieten de grote personages hun graf reeds tijdens hun leven maken, zodat de portretten heel wat realistischer werden. Met de komst van de Renaissance ontstonden mausolea die erg groot en rijkelijk versierd werden.
Op de bovenverdieping werden de koning en koningin voorgesteld terwijl ze bidden, op de benedenverdieping beeldde men het overleden echtpaar af in zeer realistische stijl. Men zag kortom dat het overleden mensen waren. Toen Catharina de Medici, die dertig jaar na haar man Henri II stierf, zichzelf zag op het grafmonument, viel ze flauw van afgrijzen en beval ze om haar af te beelden alsof ze slaapt. Men kan het verschil tussen beide beeldhouwwerken tegenwoordig nog bekijken.