
Oorspronkelijk was Chaillot een dorpje aan de Seine dat ontstond rond de 'colline de Chaillot'.
Aan het einde van de 16e eeuw werd door Catharina de Medici op de heuvel van Chaillot een landhuis gebouwd dat nadien door maarschalk de Bassompiere (vriend van Henri IV) werd gekocht.
Deze man gebruikte het vooral als plaats van handeling voor zijn talloze amoureuze avonturen. Hij viel echter in ongenade bij Richelieu en werd in 1631 in de Bastille opgesloten waar hij de 6000 liefdesbrieven die hij ontvangen heeft, verbrandt.
Na de dood van Bassompiere bouwde Henriette van Engeland, een schoonzus van Louis XIV, er het Couvent de la Visitation de Marie: een klooster waar nogal wat bekende dames (moesten) intreden.
Zo werd Marie Mancini, het nichtje van kardinaal Mazarin, verplicht er te verblijven omdat haar liefde voor Louis XIV 'staatsgevaarlijk' zou zijn.
Napoleon I liet het klooster afbreken maar kon zijn plan om op die plaats een paleis te bouwen voor zijn zoon, de koning van Rome, niet meer uitvoeren.
Alleen de Pont d'lena is de enige getuige van die periode en zelfs dat is lange tijd onzeker geweest. Na de val van Napoleon I wilde men de brug vernietigen. Blucher, de generaal van de geallieerden, wilde in 1814 niet meer herinnerd worden aan die smadelijke nederlaag en beval de brug op te blazen, maar Louis XVIII verhinderde het plan door te zeggen dat hij met zijn zetel op de brug zou gaan zitten en samen met haar de lucht in zou vliegen.
In 1878 werd op deze plaats, ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling, een Oosters aandoend paleis gebouwd: het 'Palais du Trocadéro'.
In 1937 werd dan het huidige Palais de Chaillot om te bezuinigen gebouwd op de funderingen van het Palais du Trocadéro. Het werd gebouwd ter gelegenheid van een wereldtentoonstelling. Ook de tuinen werden toen aangelegd.