
Richelieu
In 1624 wordt kardinaal Richelieu tot minister benoemd. Hij slaagt er in om vlak bij het Louvre een terrein te kopen. Hij vraagt in 1632 aan Le Mercier er het Palais-Cardinal te bouwen.
Pas zeven jaar later kan hij er zijn intrek nemen. De kardinaal die door hevige hoofdpijnen werd geplaagd sliep slechts weinig en werkte meestal tot diep in de nacht. Hij heeft er maar 3 jaar gewoond.
In het paleis was toen een theaterzaal gevestigd, het 'Théâtre Richelieu' waar de voornaamste stukken van Molière hun première beleefden.
Molière vertolkte zelf rollen en stierf, 51 jaar oud, op het toneel in 1673 (op het huidige nr. 40 Rue Richelieu) toen hij de rol van Le Malade Imaginaire vertolkte. Zijn standbeeld staat vlakbij op de hoek Rue de Richelieu-Rue Molière.
Bij zijn dood in 1642 schenkt de kardinaal het gebouw aan Louis XIII, die 6 maanden later ook sterft. Zijn weduwe, Anne d'Autriche, verlaat het Louvre en komt met de jonge Louis XIV in het mooie paleis wonen dat voortaan Palais-Royal heet.
Tijdens de Fronde moet de familie vluchten en Louis XIV die de plaats haat (hij is er bijna verdronken in een van de fonteinen) keert in 1652 terug naar het Louvre.
Louis XIV installeert in het Palais Royal de adellijke hofdame Louise de la Valliere die hij regelmatig bezoekt en bij wie hij kinderen heeft (om alles geheim te houden wordt de dokter geblinddoekt naar het paleis gebracht).
Uiteindelijk komt de broer van de koning, Philippe d'Orleans er wonen.
Diens zoon (Philippe II d'Orleans) is de regent voor Louis XV en de soupers die hij gaf in het Palais Royal deden denken aan de orgiën van het oude Rome. Onder de galerijen werden winkels gebouwd die werden verhuurd om zijn schulden te betalen.
Tussen 1786 en 1790 wordt aan het paleis een theater toegevoegd dat later de Comédie Française zal worden. Van 1786 tot 1939 werd om 12 uur 's middags een soort kanonnetje afgeschoten.
Tijdens de Revolutie blijft het paleis het politieke centrum van de stad: elke partij had er zijn café. In de winkeltjes was alles te koop (het was hier dat Charlotte Corday het mes kocht waarmee ze Marat in zijn badkuip vermoordde).
Na de Revolutie wordt de plaats een speelhol (annex bordeel) tot Napoleon I er in 1801 administraties in onderbrengt en in 1807 de Beurs en de Handelsrechtbank. Na de nederlaag van Napoleon I verliest de Pruisische veldheer Blucher bijna zijn hele fortuin na een gokspelletje in een café van het Palais Royal. Sindsdien begon hij al te beven als hij de naam Parijs alleen nog maar hoorde.
Tegenwoordig is in het paleis de Franse Raad van State gevestigd en daarom kan alleen de tuin (die nu 3 maal kleiner is dan oorspronkelijk was bedoeld) bezocht worden. De tuin wordt volgens een schema elk jaar in een andere kleur ingericht.
In de Rue de Beaujolais 17 (hoek links achter) is één van de duurste en meest bekende Franse restaurants gevestigd: Le Grand Véfour (gesticht 1784).
Op het binnenplein een kunstwerk van Daniel Buren uit 1896; 'Les deus Plateaux' de zwart-witte palen van ongelijke hoogte beogen een optisch effect.