
Werden gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1900 en bestaan uit een geheel van ijzer, steen en glas.
Het Grand Palais, met zijn voorgevel van 240m en zijn koepel van 44m hoog, is het werk van de architecten Deglane, Louvet en Thomas.
De totale oppervlakte is 40.000 m² waarvan een gedeelte gebruikt wordt als tentoonstellingsruimte voor prestigieuze tijdelijke tentoonstellingen (in het begin kwamen er allerlei jaarlijkse manifestaties zoals het autosalon) en een ander deel voor het Palais de la Découverte (museum voor wetenschappen).
In de kelder is een groot politiebureau zodat de tentoongestelde werken beter bewaakt kunnen worden.
Op de vier hoeken staan enorme bronzen beelden: ze stellen vliegende paarden met een zegewagen voor.
In september 2005 heropend na 12 jaar renovatie. Voor de constructie werden destijds 3400 houten palen in de grond geslagen als fundering tot ze op een stabiele kalklaag stootten. In 1910 begon het waterpeil te zakken en de palen (die met zuurstof in contact kwamen) begonnen te rotten.
Een deel van het paleis verzakte 10 à 15 cm: hierdoor kwam de metalen constructie onder spanning te staan en de schroeven van de metalen palen gingen kapot.
In 1993 vernielde een brokstuk een tentoongesteld kunstwerk en werd er besloten tot restauratie.
Het Petit Palais is het werk van Girault en heeft een oppervlakte van 7000 m². Hier is sinds 1902 het Musée des Beaux Arts de la Ville de Paris gevestigd.