...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Het interieur van de Conciergerie

Gelijkvloers
La salle des gens d'armes (14e eeuw) Dit was de refter van de bewakers en het personeel van de koning (toen het nog een paleis was): de zaal bood plaats aan 2000 personen. 63m lang, 27m breed en 8,50m hoog.
De zaal werd in 2 periodes gebouwd. Men kan dit nog merken aan de kapitelen van de zuilen: een deel is versierd met acanthusbladeren, een ander deel is 'naakt'. Vanaf de 15e eeuw werd de zaal omgebouwd tot gevangenis met cellen en ook opslagplaats. De ramen geven uit op de 'cour du Palais de Justice'. Het was op deze binnenplaats dat de 'charrettes' met de ter dood veroordeelden nar de guillotine vertrokken.
Men vindt er de stenen trap van voor 1852die een directe toegang verleent aan de Boulevard de Paris.

Salle des gardes (eind 13e - begin 14e eeuw)
Samen met La salle des gens d'armes en Les cuisines geeft deze zaal een goed beeld van het koninklijk paleis uit de 15e eeuw dat toen leek op het Palais des Papes in Avignon. Deze zaal lag onder de 'Grand Chambre' van het paleis waar de koning het rechtscollege voorzat en waar later tijdens de revolutie de revolutionaire raad zetelde. Zoals de naam reeds zegt verbleef hier de wacht die optrad tijdens o.a. de rechtszittingen. Deze zaal en de verlenging ervan, de 'Rue de Paris' diende later als cel voor 'les pailleux' (stro). Dit waren de gevangenen die niet genoeg geld bezaten om een bed te huren en die dus op de grond op het stro sliepen. De hygiënische toestand was uiteraard zeer slecht.

Les cuisines (1353)
Oorspronkelijk waren er 2 niveaus: het bovenste gedeelte voor de koning en zijn gasten, het onderste voor het 'Hôtel du roi' d.w.z. voor het personeel van de koning: klerken, officieren, huispersoneel. Op de 4 hoeken zijn nog grote schoorstenen.

La rue de Paris
La rue de Paris was eigenlijk de laatste 'travée' van de Salle des gens d'armes. In de 15e eeuw werd er een scheiding gebouwd tussen beiden. Hier sliepen 'Les Pailleux'. La rue de Paris dankt haar naam aan de bijnaam van de beul: 'Monsieur de Paris'.

Le couloir des prisonniers
Na de brand van 1776 werd dit gedeelte opnieuw ingericht door Lodewijk XVI. Van dit deel met cellen kan slechts een gedeelte worden bezocht; de rest hoort nu toe aan het justitiepaleis. Langs het hek dat de Rue de Paris afsluit komt men in Le couloir de prisonners. In deze gang vindt men drie kleine kamers, afgesloten door houten hekken; het zijn reconstructies. Links vindt men de loge van de concierge (reconstructie): hij was een belangrijk persoon met uitgebreide bevoegdheden tijdens de 'koninklijke' periode. Tijdens de Revolutie had elk gedeelte van de gevangenis zijn eigen conciërge belast met toezicht, voedsel, veiligheid enz.

Le Guichet
Links was de griffie in tweeën gedeeld door een hek. Op de griffie moesten de gevangenen hun persoonlijke bezittingen achterlaten. Geld dat ze bij zich hadden diende o.m. voor hun voeding. Aan de ene kant zaten de bedienden belast met de 'livre d'écrou', dit is het boek met de namen van de gevangenen (de rol), aan de andere kant moesten de veroordeelden wachten op de 'charrettes' voor de guillotine. Hier vond ook 'het toilet' plaats in la Salle de la toilette. Van de veroordeelden werd het haar geknipt en de kraag van hun kleding werd verwijderd om de onthoofding te vergemakkelijken. Hun handen werden achter de rug vastgebonden.

Even verder links bevindt zich het 'cachot' van de koningin.

Eerste Verdieping
La salle des noms ou des condamnés

Hier staan op de muren de namen van 2780 veroordeelden tussen 10 maart 1793 en 27 juli (thermidor en l'an III) 1794. Rechts zijn verschillende 'cachots' gereconstrueerd. Er waren verschillende soorten cellen: Les chambres de pistole: comfortabeler, men moest huur betalen voor een bed. Luxe cellen: waren individuele cellen met een beperkt meubilair. Les pailleux: men moest men tientallen op de vloer op stro slapen wat zeer ongezond was. Verder in de gang een vitrinekast met o.a. sleutels en ook boeien. Historisch klopt dit niet helemaal, want tijdens de Revolutie verschenen de beklaagden altijd zonder boeien. Het principe was n.l. dat men niet schuldig was tot de schuld werd bewezen.

In de volgende zaal bracht Robespierre zijn laatste uren door.

Terug op de beganegrond
De kapel van de Girondijnen

Hier werden tijdens de Revolutie beklaagden van heel Frankrijk opgesloten in afwachting van hun proces of terechtstelling. De kapel dankt haar naam aan de Girondijnen die hier hun laatste nacht doorbrachten aan een banket, rond het lijk van hun aanvoerder Valazé die met een dolk zelfmoord pleegde nadat hij het doodvonnis van de revolutionaire rechtbank had gehoord. Twee schilderijen beelden deze periode uit.

Achter het koor van de kapel der Girondijnen komt men in La Chapelle expiatoire (boetekapel)
Opgericht door Lodewijk XVIII ter herinnering aan Lodewijk XVI en Marie-Antoinette. Links van het altaar vindt men drie doeken uit 1817: Marie-Antoinette in haar cel, de communie in haar cel en de koningin, gescheiden van haar familie in de Temple.

'Préau of cour des femmes'
Een soort overdekte binnenplaats. De vrouwen hadden hier hun eigen afdeling. Men ziet o.a. de fontein waar de vrouwelijke gevangenen hun was deden en één van de stenen tafels waaraan werd gegeten. Zij waren vrij om op deze binnenplaats (koer) te komen van 6 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds. Een klok gaf dan 'couvre-feu'.

De cel van Marie-Antoinette
Op 3 augustus 1793 werd Marie-Antoinette van de gevangenis van de 'Temple' waar ze al een jaar was opgesloten overgebracht naar de conciergerie. Op 16 oktober werd ze veroordeeld. Haar bijnaam was 'L'étrangère of L'Autrichienne'. Om 12.15 uur werd ze terechtgesteld op de Place de la Révolution (nu Place de la Concorde). Haar cel ligt in de 'Coulier de prisonniers'. Het is niet de originele cel maar een waarheidsgetrouwe reconstructie. De koningin zit te lezen en wordt bewaakt door een gendarme. In een vitrinekast vindt men enkele persoonlijke voorwerpen: een kruisbeeld, een porseleinen vaas en een tafelkleed.