...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Jardin des Tuileries in Parijs

Hier bevond zich in de 15e eeuw een vuilnisbelt en het kleileem van de grond werd gebruikt om dakpannen (tuiles) te fabriceren. De eerste vorst die zich om het gebied bekommerde was Francois I (1515-1547). Hij liet hier de koninklijke stallen bouwen die tot in 1871 zijn blijven bestaan.

Catharina de Medici (vrouw van Hendrik II - 1547-1559) liet er het paleis van de Tuileries bouwen (tegen het Louvre aan). Zij gaf tevens de opdracht om de Jardin des Tuileries aan te leggen (28 ha). Toen ze haar belangstelling verloor voor dit gebied werd de tuin opengesteld voor de adel en de gegoede burgerij. Catharina was bijgelovig en haar horoscoop vertelde haar dat ze zou sterven nabij Saint-Germain (de Tuileriën maken deel uit van S. Germain l'Auxerrrois); daarom wilde ze weg uit de Tuileriën.

In 1664 ontwierp Le Nôtre een nieuwe tuin die in grote lijnen nu nog intact is. In 1800 nam Napoleon zijn intrek in het paleis.

Het paleis werd in 1871 tijdens de Commune door een brand vernield. Het werd nooit herbouwd; men zag het als een symbool van de monarchie.

In het tuinmanshuis van de Tuileries werd de beroemde tuinarchitect Le Nôtre geboren (zijn vader en grootvader waren tuinmansbaas in de Tuileries) en hij zou ook in hetzelfde huis sterven.
Hij zou de Jardin zijn huidige aanblik bezorgen. Colbert was zo enthousiast dat hij de koning voorstelde de tuin af te sluiten voor het publiek. In 1760 werden voor de eerste maal ijzeren stoeltjes gezet voor de mensen.

Tijdens de Revolutie is het park toneel voor belangrijke gebeurtenissen: in 1789 werd Lodewijk XVI hier door de Parijzenaars van Versailles naar toe gebracht; op 22 september 1792 werd in de manege de republiek uitgeroepen en werd ook het proces tegen de koning gevoerd.

Op 8 juni 1794 werd er 'la Fete de l'Etre Suprême' gevierd. Dit laatste was een reactie op het feest van de Rede dat eerder was gehouden in de Notre-Dame (=een getuigenis van atheïsme). 2400 personen nemen deel aan de manifestatie waarin Robespierre wordt opgevoerd als een soort hogepriester. (Robespierre werd hier op 28 juli 1794 terechtgesteld met de guillotine).

Napoleon I houdt in het park talrijke feesten en overdag spelen de vorstelijke kinderen bij de vijvers. Nadien verdwenen de manege en de stallen (1871).

In augustus 1944 werd er hevig gevochten en werden vele standbeelden beschadigd. In de jaren '90 werden de tuinen opnieuw aangelegd (Grand-Louvre project).

In 1853 werd de Orangerie (zijde Seine) gebouwd (om onderdak de bieden aan de 'orangers' van de Tuileriën). Hier kan men na de heropening op 17 mei 2006 de waterlelies van Monet bewonderen ('De Sixtijnse kapel van het impressionisme' volgens de Franse schilder André Masson). De laatste 30 jaar van zijn leven was zijn voornaamste inspiratiebron zijn tuin in Giverny. Hij schilderde tientallen doeken van waterlelies en schonk rond 1920 acht grote doeken aan de Franse staat. In 1927 ging het museum open en later werd er wegens plaatsgebrek in de jaren '60 een verdieping bijgebouwd zodat de waterlelies alleen nog bij kunstlicht te zien waren. Na de restauratie van het gebouw zijn de lelies weer te bewonderen bij natuurlijk daglicht Van de andere werken in het museum werd een reizende tentoonstelling gemaakt (Texas, Sydney, Tokio) tijdens de werken die 25 miljoen euro opbracht (1/4 van de totale kosten). Naast de waterlelies hangen er vele werken van impressionisten.

In het musée du Jeu de Paume, gebouwd in 1861 (zijde Rue de Rivoli) zijn er wisselende tentoonstellingen (vroeger de impressionisten: van 1947 tot 1986).

Niet te verwarren met de zaal in Versailles met dezelfde naam waarop 20 juni 1789 de vertegenwoordigers van de derde stand de beroemde 'eed in de kaatsbaan' aflegden (de eed dat ze niet uit elkaar zouden gaan voordat Frankrijk een grondwet had).