
In 1840 werd Napoleon I onder de koepel van Hôtel des Invalides begraven.
Het lichaam werd eerst opgegraven in Sint-Helena (eiland tussen Zuid-Amerika en Afrika in de Atlantische Oceaan en eigendom van Groot-Brittannië) waar hij in 1821 overleed.
Bij het openen van de kist bleek dat het lichaam na 19 jaar nog intact was.
Men diende te wachten tot de sarcofaag (4m bij 2m) in 1861 klaar was voor de definitieve begrafenis in de crypte.
De sarcofaag, gemaakt uit rood porfier (wat gebruikt werd voor de Romeinse keizers), werd gevonden in Zuid-Rusland.
Het lichaam van de keizer is omgeven door 6 kisten: ijzer, acajouhout, 2 loden, één in ebbenhout en tenslotte de porfieren sarcofaag. >
De tombe bereikt men via een bronzen deur die gegoten is uit de kanonnen die werden veroverd in de slag bij Austerlitz.
De laatste wens van Napoleon, begraven te worden aan de oevers van de Seine bij het volk dat hij zo lief had, ging daarmee in vervulling.
In 1940 bracht Hitler een bezoek aan Parijs. Hij ging op de eerste plaats naar het graf van Napoleon, in wie hij waarschijnlijk een groot voorganger zag. Hij zorgde er zelfs voor dat de zoon van Napoleon I, Napoleon II, in een nis bij de tombe een laatste rustplaats kreeg naast zijn vader.
Op de deur staat de laatste wens van Napoleon I te lezen: 'Je désire que mes cendres reposent sur les bords de la Seine, au milieu de ce peuple français que j'ai tant aimé'. (Ik wil dat mijn stoffelijk overschot rust aan de oevers van de Seine, te midden van het Franse volk, waarvan ik zoveel hield).