...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Panthéon in Parijs begraafplaats van beroemdheden

Toen Louis XV in 1744 zwaar ziek werd, deed hij de gelofte aan S. Geneviève, patrones van Parijs, dat hij de bouwvallige kerk van de abdij van St. Geneviève, als hij zou genezen, zou laten vervangen door een magnifiek bouwwerk. Hij gaf na zijn herstel de opdracht het werk te realiseren.

Architect Soufflot tekende een gigantisch bouwwerk in de vorm van een Grieks kruis met een lengte van 110m, een breedte van 84m en een hoogte van 83m.
Er werd in 1758 begonnen met de fundamenten, maar financieringsproblemen vertraagden het werk aanzienlijk. Er werden zelfs drie loterijen georganiseerd om aan het nodige geld te komen. De ruwbouw werd uiteindelijk afgewerkt in 1789.

In 1791 besloot de wetgevende vergadering dat de kerk moest dienen om de resten van de groten van Frankrijk te bewaren. Mirabeau, Voltaire en Rousseau kregen er een laatste rustplaats.
Enkele andere groten wie de grote eer te beurt viel hier begraven te worden waren Jean Moulin (verzetsheld 1940-1945), Zola, Braille, Pierre en Marie Curie (ontdekking radium en radioactieve straling). Victor Hugo, Alexandre Dumas, J.J. Rousseau. Verder Voltaire (1791). De Parijzenaars defileerden 8 uur voorbij zijn tombe.

Het is de president van de republiek die beslist wie er 'gepantheoniseerd' mag worden. Van de Tweede Wereldoorlog tot 1964 is niemand nog bijgezet in het Panthéon. De Gaulle maakte eenmaal gebruik van zijn recht om in 1964 de verzetsheld Jean Moulin te laten begraven, de presidenten Pompidou en Giscard d'Estaing nooit.

De wetenschapper Léon Foucault (1819-1868) maakte gebruik van de koepel om met zijn slinger te bewijzen dat de aarde draait (1851). Zijn koperen slinger van 28 kg hing aan een stalen kabel van 67m. Tijdens het slingeren week hij af van zijn as en daarmee bewees Foucault dat de aarde roteert.