
De tocht naar Rocamadour gaat over de Causse de Gramat, een kalkplateau, een droog gebied, waar het water onmiddellijk in de bodem verdwijnt naar vaak ondergrondse rivieren. Rocamadour is een stad die heel mooi tegen een bergwand ligt.
Het was in de 12e eeuw reeds een beroemde bedevaartsplaats, maar door de 100-jarige oorlog en de daarop volgende godsdienstoorlogen als pelgrimsoord in de vergetelheid raakte. Door toedoen van de bisschoppen van Cahors in de vorige eeuw en na de nodige restauraties aan stad en heiligdommen kwam Rocamadour weer 'in the picture'.
De stad zelf is eigenlijk niet meer dan een hoofdstraat met aan weerszijden een middeleeuwse stadspoort. Er staan enkele imposante oude huizen, waaronder het maison de la Couronnerie, voormalig raadhuis, waarin het Syndicat d'Initiative (VVV) gevestigd is.
De religieuze stad bestaat uit 7 kerken en kapellen, die zich op verschillende niveaus bevinden, onderling verbonden door de Grand Escalier, de grote trap, die vroeger wel door pelgrims op de knieën beklommen werd. Tegenwoordig kun je ook met een lift omhoog.
De grootste kerk is de basiliek St. Sauveur, grotendeels 12e eeuws. Deze voormalige kloosterkerk is verbonden met de Chapelle St. Amadour. Hier hangt een klok uit de Karolingische tijd, die alleen geluid wordt als er een wonder gebeurd is.
Mooi is ook de Michaelskapel, gedeeltelijk in de rots uitgehouwen, met resten van fresco's uit de 13e eeuw. De overige kapellen zijn grotendeels in de vorige eeuw herbouwd.
De burcht van Rocamadour, boven de stad gelegen om deze te beschermen, werd ooit gebouwd op fundamenten van een 14e-eeuwse voorganger. Men heeft hier een prachtig uitzicht op de omgeving.