Dit middeleeuwse dorpje is in zijn geheel tot monument verklaard. Er zijn côtes (heuvels), er is zandgrond (sables), er zijn kiezelhoudende gronden (graves). Daardoor brengt de Saint-Émilionstreek wijnen van een bont palet voort. Saint-Emilion wordt wel het land van de duizend kastelen genoemd, en er zijn tussen de producten van die kastelen diverse Premiers Grands Crus Classés.
Omdat de kwaliteit zo divers is, kent de hele wereld deze wijnen. Enkele dorpen in deze streek: Puisseguin, Listrac, Lussac en natuurlijk Saint-Emilion.
Aan het begin van de rijen wijnranken staat soms nog een rozenstruik, niet voor de sier omdat het zo mooi oogt, maar met een speciale functie. De rozenstruik had een signaalfunctie voor de valse meeldauw. Dankzij moderne technieken is dit nu niet meer nodig.
Per hectare staan er ruim 5000 wijnstokken, voornamelijk van het ras Merlot en Cabernet-Franc, waarvan in het gehele gebied een 332.000 hectoliter wijn wordt gemaakt.
Saint-Emilion brengt voornamelijk rode wijnen voort. Er is één naam te noemen: de Cheval-Blanc. De wijnstokken staan op arme grond en daarop geven ze, zo is bekend, de mooiste druiven. Het wijngoed van Cheval-Blanc omvat een kleine 1200 ha, verdeeld over 20 châteaux. De gemiddelde leeftijd van de stokken is 33 jaar en per jaar wordt maar een klein deel herplant, en dit staat borg voor een karakteristieke smaak. Op veilingen brengen flessen van Cheval-Blanc dan ook hoge prijzen op: voor één fles Cheval-Blanc 1947 werd bij Christies in Londen 240.000 Franse francs betaald.