Een kanunnik en theoloog van Parijs, Robert de Sorbon, biechtvader van Saint-Louis, stichtte in 1253 met de steun van de koning een college waar 16 arme studenten theologie konden wonen en werken.
Het is het ontstaan van de zetel van de universiteit van Parijs. In 1469 liet Louis XI er drie drukkers verblijven. Zij gaven de aanzet tot de boekdrukkunst in Frankrijk.
Het gebouw omvatte 22 amfitheaters, 2 musea, 16 examenzalen, 22 conferentiezalen, 37 lokaaltjes voor de professoren, 240 laboratoria, een bibliotheek, de appartementen van de rector.
De gebouwen, die aan het vervallen waren, werden een eerste keer grondig gerestaureerd toen Richelieu er provisor was. Hij liet ook nieuwe gebouwen optrekken.
Tijdens de 18e eeuw reageerde de Sorbonne heftig tegen de ideeën van de Verlichting. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de instelling door de Revolutie gesloten werd omdat het een conservatief bolwerk was.
De Sorbonnekerk werd gebouwd door Le Mercier tussen 1635 en 1642 in de stijl van de Jezuïeten. De inspiratiebron hiervoor was Gesù in Rome. Hier bevindt zich het praalgraf van Richelieu, die de kerk liet bouwen om er begraven te worden.
De rode muts van de kardinaal hangt aan het plafond en blijft daar hangen tot zijn ziel uit het vagevuur verlost wordt, dan valt ze op de grond. Zijn zonde bestond uit zijn steun aan de protestanten gedurende de Dertigjarige oorlog. De muts is ongetwijfeld stevig vastgebonden!
Tegenwoordig zijn de gebouwen van de universiteit over de gehele wijk verspreid.