Aan de rivier Thouet, ligt de stad Thouars, een plaats met veel groen en parken, en met tal van winkelstraatjes. Thouars werd herhaaldelijk geplunderd en verwoest, eerst door Pepijn de Korte, later door de Engelsen en daarna weer door de Fransen. Ook de revolutionairen hielden er huis.
Het voornaamste monument ligt aan de zuidkant van de stad langs de rivier. Het is het kasteel van de hertogen van la Trémouille die de stad van koning Karel VIII kregen als dank voor hun trouw. Het werd gebouwd door Marie de la Tour d'Auvergne. De gevel ervan is indrukwekkend: 117 meter breed. Het kasteel dateert uit de 17e eeuw, alleen de kapel is een eeuw ouder. In het kasteel is nu een school gevestigd. Vanaf het kasteel loopt een weg naar de rivier, waar een gotische brug met poort de stad afsluit.
In het centrum ligt de Église Saint Médard, een kerk uit de 12e eeuw in Romaanse stijl. In het portaal zijn talloze afbeeldingen uit het Evangelie geplaatst. De ingang aan de linkerzijde is in moorse stijl, een gevolg van de reizen die de heren van Thouars naar Spanje maakten.
Van de vroegere stadsmuren kunnen we nog twee torens bewonderen, de Tour du Prince de Galles, waar nu tentoonstellingen gehouden worden en de Porte au Prévost, vroeger de belangrijkste toegang tot de stad.
In de Rue St. Médard staan diverse mooie oude huizen.