...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De Akropolis

Zevenduizend jaar geleden woonden er al mensen rond deze steenklomp, een veilige beschutting in die prehistorische, primitieve en gevaarlijke tijden.
Wanneer de Grieken tot deze streken zijn doorgedrongen, vermengen zij zich met de oorspronkelijke bewoners en dan begint - 1800 voor Christus - de eerste bloeiperiode van Griekenland met de zogeheten 'Myceense' cultuur. Deze 'Myceners' bouwen hier op de Akropolis (bovenstad), zoals ze dat overal doen, een koninklijk paleis en versterken de hoogte met zware muren.

Ze doen nóg iets bijzonders: ze voeren de verering in van Athene, een plaatselijke 'aardmoeder', die zorgt voor de vruchtbaarheid van land, mens en dier. De 'stad' wordt naar haar genoemd en dan krijgt ze ook een lans in de hand gedrukt als de beschermster ervan.
Het beeld van 'moedergodin' verdwijnt; zij is voortaan de verlichte dochter van de Olympiër Zeus, uit wiens hoofd zij is geboren, de strijdbare beschermvrouwe van de stad. Zij fluistert de stadsraad haar adviezen in, zij houdt toezicht op het openbare leven, zoals zich dat op de Agorá (het marktplein) afspeelt, zij schenkt de burgerij rijkdom door de olijf, zij bevordert de kunstvaardigheid. Al heel vroeg had zij op de Akropolis een heiligdom naast het koninklijk paleis.
Na de Myceense tijd werd de Akropolis van Athene al een symbool.

De Griekse natie bestond nog niet, maar het hooggekroonde Athene werd het eerste centrum van een bond, een politiek samengaan van de vrije steden van Attica. Koningen verdwenen, tirannen kwamen en gingen. Toen de laatste tiran verjaagd was, beval het orakel van Delphí dat geen mens nog op die berg mocht wonen; zij moest uitsluitend het domein zijn van de goden. En zo gebeurde het: Athene deelde háár heilige plek met Poseidon en Erechtheus en zij kreeg er nog een tempel bij; steeds meer goden kregen een plekje, naarmate de stad groeide en bloeide.

Toen kwamen de Perzen in 480 en geen tempel bleef overeind. Wat we nu zien is gebouwd in de grootse tijd na de overwinning: het Erechtheion voor de drie goden, het Parthenon voor Athene alleen, de Nikètempel.

In het gloednieuw gebouwde museum, geopend in 2009, bij de Akropolis staan de beelden van de tijd vóór de Perzische furie. Een heilige wet immers verbood de Grieken om datgene wat ooit aan een god was gewijd te verwijderen en dus begroeven ze na die ramp de kapotte beelden in spleten en afvalputten op diezelfde Akropolis.
Nu staren ze ons aan in het museum, heel veel jongens en meisjes, sierlijke gestalten, vol leven, met allen diezelfde glimlach om de lippen, de amandelvormige ogen kinderlijk wijd open: schone kinderen van een beeldhouwkunst die weldra een weergaloze volwassenheid zal kennen.