
Iedereen die al eens in Athene is geweest, gaat er met gemengde gevoelens naar terug.
De stad telt meer dan 3,5 miljoen inwoners op een totale Griekse bevolking van 9 miljoen. Je kunt dus spreken van een waterhoofd. Zonder enige doeltreffende organisatie, vaak illegaal, heeft men de ene grauwe huizenverzameling na de andere voor die mensenmassa's uit de grond gestampt.
Van 6000 inwoners in 1832 tot die 3,5 miljoen van nu, hoe is het mogelijk?
Natuurlijk begon die groei met het verwerven van de onafhankelijkheid, met het 'herstel' van het koningschap en met Athene's status als hoofdstad. Maar in 1923, na de desastreuze nederlaag tegen Turkije, moest Griekenland plotseling een miljoen Grieken uit Turkije opnemen, zoals Turkije trouwens de Turken uit Griekenland kreeg thuisgestuurd. Veel land om te verdelen was er niet, dus het merendeel kwam naar 'de stad'.
Een tweede golf kwam aanzetten in de vijftiger en zestiger jaren door de economische opleving. Men verliet de dorpen en verruilde zijn bestaan op een klein lapje grond en met een kleine kudde voor de zegeningen van de industrie in de grote stad. Veel zegen leverde die niet op, wel de betonnen huizenmassa's en steeds meer ongelofelijk vuile fabrieken, die het hele gebied van Athene, de Piraeus en Elefsis in een grauwe damp hullen.
Na veel strijd organiseert Athene een permanente verdragsorganisatie van zeesteden, een soort Navo.
Deze Delisch-Attische zeebond moet een permanente vloot bouwen en onverhoedse aanvallen vanuit Perzië voorgoed onmogelijk maken.
Iedereen moet bijdragen, maar de schepen worden in Athene gebouwd en het geld vloeit in de Atheense kas!
De stad wordt echt een 'grote mogendheid' en... een culturele hoofdstad. Geniale architecten bouwen tempels en openbare gebouwen, die eeuwenlang een voorbeeldfunctie zullen hebben; overal in het Romeinse Rijk en telkens weer, tot in moderne tijden toe, herken je hun inspiratie.
Beeldhouwers versieren de stad met beelden die invloed uitoefenen op alle latere westerse kunstenaars en hoe groter een latere bloeitijd is, des te groter de invloed, die er uit gaat van deze 'bakermat van onze westerse cultuur'.
Behalve haar architecten en beeldhouwers herbergde Athene in de vijfde eeuw voor Christus meer grote toneelschrijvers, dichters, filosofen en redenaars dan welke grote natie heden ten dage ook. Wij hebben er nog steeds veel voor over om in onze theaters te kijken naar de drama's van de Atheners Aeschylos, Sophokles en Euripides, maar het stadsbestuur van Athene betaalde zijn burgers indertijd derving van loon voor de tijd dat zij in het theater zaten....
Dertigduizend inwoners telde de stad toen; voor moderne begrippen een flink dorp. Héél Attica, ofwel de 'stadsstaat Athene' telde in die vijfde 'gouden' eeuw v.Chr. nog geen vierhonderdduizend inwoners maar in dit getal zijn wel meegerekend honderdvijftigduizend slaven en vreemdelingen.
Op het toppunt van haar macht en rijkdom bezat Athene de hegemonie, het leiderschap over heel Griekenland; voor het buitenland was ze het centrum, de hoofdstad. Dat aanzien duurde overigens slechts vijftig jaar, maar 'Athene hoofdstad van de Westerse cultuur', dát beeld is gebleven.
De toerist van vandaag blijft, bewust of onbewust, onder die 'néfos' dát beeld zoeken en herkent daar, en trouwens in heel Griekenland, steeds meer van zijn culturele 'roots'.