
Kalambaka heette in de middeleeuwen Stayi. Eigenlijk is dat een verbastering van 'Stous Ayious' (bij de heiligen).
Die naam sloeg op de heremieten, die hoog boven de stad in de holen woonden. De inwoners van het plaatsje voelden zich n.l. nauw met deze mannen verbonden. Van tijd tot tijd lieten die een mandje omlaag en de eenvoudige dorpelingen plaatsten daarin wat brood, wat water of wijn en als het er aan zat, wat extra's. En als ze dan omhoog keken naar die spelonken waar de winden omheen floten en de regens op ranselden, dan hadden ze geen moeite om de gebaarde, haveloos geklede bewoners heiligen te noemen.
De Turken hadden dat natuurlijk wèl. Toen die de rotsen zagen, die als een donkere schaduw boven het stadje uittorenden, zagen ze alléén die schaduw en niet de heiligen en noemde het stadje 'Donkere Stad', 'Kara Baka'. Van deze naam naar Kalambaka is maar een klein stapje.