...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Het paleis van Nestor

Wij kennen Nestor uit de gedichten van Homerus als een oude man, de oudste van de koningen die naar Troje gingen om voor koning Menelaos van Sparta diens vrouw Helena terug te halen. De oude heer profileert zich sterk in de vergaderingen van de vorsten en daardoor heeft hij zijn naam geleend aan onze nestoren. Op grond van zijn ouderdom en levenservaring achtte hij zich een wijs man en in elk geval dichtten zijn collega's hem wijsheid toe. Wat zij hem níet in dank afnamen was zijn breedsprakigheid en zijn neiging om de duur van zijn spreekbeurt te harmoniseren met het surplus van zijn levensjaren en vooral..... om voortdurend over het verleden te willen uithalen.
Maar hij was óók een machtig koning. Met liefst negentig schepen was zijn bijdrage aan de geallieerde vloot, een van de grootste. Homerus zelf en geografen hebben voor veel problemen gezorgd ten aanzien van de ligging van Pylos. Daar gaan we hier niet op in. Maar sinds de Amerikaan Blegen met zijn studenten in Epáno Englianó begon met opgravingen, kennen wij wel zijn paleis: een paleis, dat weliswaar niet tot de grootste Myceense paleizen behoort, maar wel een koning waardig is.

Wat het paleis onderscheidt van andere burchten uit die tijd, is het ontbreken van ommuring en fortificaties. Berustte de macht van Nestor's dynastie net als die van de koningen van Kreta op hun suprematie ter zee? Waande men zich ook al voldoende beschermd door het feit dat het koninkrijk ver weg lag, in een uithoek van de Peloponnesus, en over land lastig te bereiken was?
In elk geval heeft men zich vergist. In het paleis heeft men kleitabletten gevonden waarop men de paleisadministratie bijhield: sobere notities over voorraden, huisraad, personeel, enzovoorts. Juist op het einde van de 13e eeuw A.C. heeft men in de nog natte klei korte notities gekrast over het uitzenden van extra wachtposten en schepen, over het benoemen van commandanten en, kennelijk in dat verband, over het brengen van offers; men vermoedt zelfs dat er sprake is van mensenoffers. Men voelde zich duidelijk bedreigd met name vanuit zee. De offers hebben niet geholpen; de kleitabletten die normaliter droog werden in de magazijnen, maar verder ook weer niet zó'n lang leven hadden, werden in de allesvernietigende branden, die de ondergang van de Myceense beschaving begeleidden, gebakken en zo voor ons bewaard.
Pas sinds 1953 kunnen wij ze lezen. We weten hoeveel slaven er in en rond het paleis werkten, slaven die onder anderen afkomstig waren van de eilanden en Klein-Azië. (Zijn ze misschien buitgemaakt in de Trojaanse oorlog?) We kunnen lezen hoeveel slavinnen er werkten in de vlasproductie en hoeveel er bezig waren met het vervaardigen van linnen (al bij al vele honderden!) Olie- en andere voorraden staan er op genoteerd en de aantallen van de grote vaten waarin dat alles is opgeslagen. Zo noteert men ook het aantal van de drievoeten dat er in de magazijnen staat. Men noteert hoe deze er uit zien en van welk materiaal ze gemaakt zijn.
Grappig genoeg tekende men daar telkens een drievoet bij en die getekende drievoeten zijn voor de Engelse architect Michael Ventris nu juist de sleutel geworden waarmee hij in 1953 het zogenaamde Lineair B ontcijferde. Het bleek Grieks te zijn maar geschreven in een Kretenzisch, syllabisch schrift met 88 tekens! Toen de Grieken anderhalve eeuw eerder Knossos op Kreta hadden bezet hebben zij daar maar meteen een schrift overgenomen. Na de ondergang van Pylos en alle andere Myceense centra, werd dit schrift vergeten. De Grieken moesten bijna vier eeuwen wachten voordat de Phoeniciërs hen een nieuw schrift leverden, hun huidige schrift en, zoals al verteld, in wezen óns schrift.

Het paleis (de grondvesten ervan!) moet u echt gaan zien; ter plekke kunt u voor weinig geld uitstekende verklarende boekjes kopen met prachtige reconstructietekeningen van de Engelse Nederlander,