
Sparta is ooit een bloeiende en rijke staat geweest, met name in de zevende eeuw voor Chr. Op allerlei manieren heeft het zeker zijn bijdrage geleverd aan de Griekse cultuur: met zijn 'Dorische' stijl van bouwen, met zijn eigen beeldhouwkunst en met zijn grote en heel aparte traditie van koorliederen heeft het een grote invloed uitgeoefend.
In wezen echter vormden de Spartanen een enge gemeenschap van grofkluitige landbouwers.
En die gemeenschap vertoonde bovendien nog allerlei trekken van de Dorische veroveraars uit de 11e eeuw v. Chr., die verantwoordelijk waren voor de duistere Griekse middeleeuwen tussen de grote Myceense en nog grotere klassieke tijd.
Toen deze voorvaderen van de Spartanen Griekenland binnenvielen, is niets hun heilig geweest. Toen zijn de Myceense burchten in vlammen opgegaan, toen werd de rijke toerusting van die cultuur vernietigd en werd de overwonnen bevolking gedood of tot slavernij gebracht.
Heilig was voor deze veroveraars alléén de eigen stam en de nieuwe grond. En zo bleef het eeuwen en eeuwen lang: zij gingen door met veroveren, met onderwerpen en slaven maken. Dat heilig grondbezit moesten zij verdedigen en hoe groter het werd en hoe groter het aantal der slaven, des te moeilijker werd die opgave, des te meer voelde de Spartaan zich bedreigd.
Dat alles heeft zeker die vreemde harde maatschappij van enkel soldaten opgeleverd, met veel nare trekjes.
Pasgeboren baby's die te zwak bleken werden te vondeling gelegd of van de Taygetos te pletter gegooid - en de staat besliste daarover.
Jongens leefden vanaf hun 6e tot hun 20e jaar in kazernes en werden alleen tot goede soldaten opgevoed. Een 'Spartaanse opvoeding' was dat, verschrikkelijk sober en streng. Het eten werd met opzet onsmakelijk gemaakt; geslapen werd er op biezen, die de jongemannen zelf bij de rivier gingen halen. Tot de deugden van een soldaat behoorde ook soberheid in het spreken: niet meer woorden gebruiken dan nodig was.
Waar het Spartaanse gebied ook Lakonia werd genoemd, is het duidelijk waar ons 'lakoniek antwoord' vandaan komt.
Was er voor hen geen eten, dan moest de rekruut het stelen. En wee degene die daarbij betrapt werd: niet het stelen werd bestraft, maar hij werd tot bloedens toe gegeseld omdat hij zich liet betrappen.
In dat Lakonia was de echte Spartaan de enige die rechten had, de enige echte burger.
Hij kreeg van de staat een stukje grond toegewezen; onder zijn toezicht werd dat bewerkt door de Heloten, slaven, maar wel de afstammelingen van de vroegere bezitters van het land. Gebeurde dat niet goed, dan werd hem de grond weer ontnomen.
De Spartaan werkte dus zelf niet op het land noch deed hij aan handel en nijverheid; dát werd overgelaten aan de bewoners van de buitengewesten, de perioiken, die geen slaven waren maar verder ook geen rechten hadden. Op een gegeven tijdstip moeten er in Lakonië 25.000 Spartanen hebben geleefd temidden van 500.000 rechtelozen.
Een 'Krypteia', letterlijk een 'geheime dienst', in feite een speciaal getrainde militie, had men opgericht om deze massa rechtelozen in de gaten te houden. Soms ging men over tot pogroms tegen de Heloten als hun getal en de dreiging die ervan uitging te groot werd.
Zo'n staat moest het wel ooit moeilijk hebben. Met name na 550 v. Chr. begon een periode van economische achteruitgang en sociale verstarring. Slechts op het slagveld weerde men zich, zoals bijvoorbeeld Leonidas bij Thermopylae.
Dit 'sobere ' Sparta bouwde weinig 'groots' en er is nog minder van over. Buiten de stad liggen wat vage ruïnes, bijv. van het heiligdom van Artemis Orthia. Als de kazernetijd voorbij was, konden de jongemannen daar laten zien wat ze waard waren: ze werden er tot bloedens toe of erger gegeseld.
De Romeinen richtten daar een theater op voor hun landgenoten die dat vreemde schouwspel wel eens goed wilden zien!