
Het ontstaan van Ioannina wordt toegeschreven aan de Byzantijnse keizer Justianus (527-567), die inwoners van het stadje Euroia liet verhuizen naar de landtong aan de oever van het Pamvotismeer, omdat ze daar beter beschermd konden worden tegen de invallen van de Barbaren.
Oorspronkelijk heette de stad die zij toen stichtten Euroia Aknia (nieuw Euroia).
Later krijgt de stad zijn huidige naam genoemd naar het klooster van de heilige Johannes (Aghios Ioannis) en Johannes de Doper. De meervoudsvorm ta Ioannina wordt dan de naam van de stad Ioannina.

De stad ligt dus aan het Pamvotismeer. Het meer is erg ondiep, vandaar dat u op sommige plaatsen bakens in het water ziet om te voorkomen dat de scheepjes vastlopen.
Ioannina is een stad met circa 50.000 inwoners. Zij wordt weinig door toeristen bezocht of hooguit voor een paar uren, maar zij is het zeker waard om wat uitgebreider bekeken te worden.
Het is de hoofdstad van de provincie Epirus en heeft een grote universiteit, vandaar de vele jeugd op de terrasjes langs het meer.
De stad wordt in de loop der eeuwen door vele binnenvallende volkeren veroverd, tot in 1204 Michael I het despotaat Epirus sticht en Ioannina tot hoofdstad benoemt. Dan is het even rustig tot in 1431 de Turken de stad innemen en het Turks bezit blijft tot 1913. In de oude stad ziet u dan ook nog veel dat aan deze tijd herinnert.
De oude stad met zijn kronkelstraatjes geeft u een indruk hoe de situatie hier vroeger was.
Aan de noordwestkant kunt u de Aslan Pasha moskee (1618) bezoeken, eens het hoofdkwartier van Ali Pasha, maar nu ingericht als museum. Aan de andere kant van de vesting staat de overwinningsmoskee Fethrye Cami (1795). U vindt bij de overwinningsmoskee het Byzantijns museum. In het museum iconen uit de 16e tot 19e eeuw en een reconstructie van een zilversmidwerkplaats en wat producten van zilversmeden. Er is ook een mohammedaans graf, waarvan men zegt dat het van Ali Pasha is.
In de straatjes van de oude stad en er buiten, dicht bij de vestingmuren, vindt u winkeltjes die vooral zilveren sieraden verkopen. Ioannina wordt dan ook wel de zilverstad genoemd.
De brede straat Averof met zijn zijstraten is de belangrijkste winkelbuurt van de stad. Op de Averof vindt u, vlakbij hotel Astoria, het Archeologisch museum.

Langs het meer zijn een aantal terrasjes en de aanlegsteiger van de bootjes die naar het eiland Nissi varen. Op het eiland is een smalle winkelstraat waarbij aan het einde het Panteleimonas kloostertje ligt.
Boven op de heuvel van het eilandje vinden we het Aghios Nikólaos Spanos of Philantropini klooster uit 1292. Het heeft een aantal indrukwekkende fresco's o.a. 'Het laatste avondmaal' en heel verwonderlijk ook afbeeldingen van wijsgeren als Plato en Aristoteles.
Ten noorden van Ioannina (circa 4 km) zijn de grotten van Pérama.
Zij werden in 1940 ontdekt door een herder die een schuilplaats zocht om zich te verbergen voor de bombardementen van de Italianen.