Méga Spíleon, 'De Grote Grot', een klooster dat als het ware tegen een bergwand hangt verbergt het achter zijn muren. Het is tamelijk nieuw en (dus?) lelijk. In 1934 werd het klooster namelijk verwoest; er explodeerde een kruitmagazijn!! De monniken zeiden: 'Kruit uit de onafhankelijkheidsoorlog', anderen smiespelden: 'Kruit bij wijze van voorzorg'. De Duitsers hebben een en ander nog eens dunnetjes over gedaan met hún kruit.
Het klooster wordt druk bezocht door Griekse dagjesmensen en toeristen uit het buitenland. En de monniken hebben het er druk mee. De een verkoopt entreekaartjes (!), de ander houdt toezicht op de kledij van de bezoekers. In een kast heeft hij rokken en schouderdoeken om de 'tekorten' aan te vullen. Een derde houdt toezicht in het museum.
Neen, de bewoners van het klooster hebben weinig meer van de godzoekers die hoog op of hoog tegen de bergen de wereld ontvluchtten en het klooster zelf heeft weinig van die religieuze burchten waarbinnen een diepe religiositeit zich paarde aan een krachtige drang tot het scheppen van schoonheid.
Van die drang getuigen nog slechts de schatten in het museum: mooie iconen, bijbels met byzantijns emaillewerk op de banden, relikwiehouders, kopergravures etc. etc.
Maar de grootste schat van het klooster en zijn monniken is toch wel de miraculeuze icoon die Maria voorstelt.
Het is één van de meest vereerde iconen van Griekenland. Zoals zoveel afbeeldingen van de Madonna in Europa schrijft de legende ze toe aan de evangelist Lucas.
Dat is geen wonder, omdat hij van alle gewijde schrijvers het meest gedetailleerde beeld heeft geschetst van Maria. De vondst van de icoon is ook weer met de legenden omgeven.
Had u wat anders verwacht hier in Griekenland, het land van legenden, al vierduizend jaar lang....?