...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Korinthos en zijn kanaal

Wat weten we nog van dat oude (ancient) Korinthos?
In de zesde eeuw v. Chr. was Korinthos één van de rijkste steden van Griekenland. Haar rijkdom ontstond door de handel in aardewerk, purper, tapijten, laken, brons etc., maar ook door haar strategische positie bij de smalle strook grond (Isthmos) die de Peloponessos verbond met het vasteland. Slechts 6 km breed was deze landengte en de Korinthiërs bouwden aan weerskanten een haven. Dus één in de Golf van Korinthos n.l. Lechaion en één in de Saronische Golf Kenchreai.
Aangezien er veel handel en uitwisseling van producten was tussen west en oost, ontstond er een levendige vrachtscheepvaart. De scheepjes moesten om de Peloponessos heen varen. Een gevaarlijke zee met de beruchte kaap Maléas.
Veel zeerovers en dagen tijdverlies betekenden dat menigeen graag een kortere weg via de landengte wilde nemen.

Welnu dat was mogelijk. Periander, in 602 v. Chr. heerser over het oude Korinthos was de eerste die met het idee van een kanaal door de landengte speelde. Gezien het enorme werk voor die tijd, besloot men als alternatief een geplaveide weg (Diolkós) tussen de twee havens aan te leggen. De schepen werden gelost en daarna met houten rollers over deze weg naar de andere kant getrokken en opnieuw beladen.
Deze methode, u begrijpt het, gaf een stevige stroom financiën richting Korinthos en daarbij kwamen nog de inkomsten van de vele zeelieden en handelaars die hier verbleven. Naast het laden en lossen van de schepen en het verplaatsen waren er dus grote inkomsten door de scheepswerven, de vele eetgelegenheden, hotelletjes, levering van goederen en zeker niet het minste door de prostitutie en dieven.
Zelfs Alexander de Grote speelde met het idee om een kanaal te graven, maar het was uiteindelijk Nero die in 66 na Chr. de werkzaamheden startte. Zoals gebruikelijk in die tijd begon hij zelf de werkzaamheden met een gouden pikhouweel, daarna mochten circa 6000 Joodse gevangenen het werk afmaken. Diepe putten werden gegraven. Aan één kant vorderde het werk tot een lengte van circa 2 km en aan de andere kant tot een lengte van circa 1,5 km. Het werk werd echter om politieke redenen niet voltooid. Na de dood van Nero lieten zijn opvolgers het werk stoppen.
Tot in de 12e eeuw bleef men gebruik maken van de Diolkós.

Pas in de jaren 1883-1893 probeerde een Franse firma het werk voort te zetten. Zij ging echter failliet en daarna hebben de Grieken het werk voltooid. Het kanaal is 6 km lang, 23m breed en 8m diep. Steile zijwanden tot op sommige plaatsen bijna 90m hoog begrenzen het kanaal.
De intensieve scheepvaart daarna heeft van Piraeus een zeer belangrijke Middellandse zeehaven gemaakt.

Nu met het steeds groter worden van de scheepsafmetingen heeft het kanaal zijn betekenis verloren. Het dient alleen nog maar voor doortocht van de pleziervaart en kleine scheepjes.